taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 16 | Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2003)


Bijdrage: Wanneer lezen nauwelijks op gang komt (Erik Billiaert)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

5 Een protocol gebruiken

Het onderwijs zou dan ook een protocol moeten hanteren. Een protocol is een gesystematiseerd stappenplan. Men voorziet vaste momenten waar risicoleerlingen worden gesignaleerd, bekeken en interventies worden gepland. De momentele leerlingvolgsystemen kunnen hiervoor wel worden gebruikt, maar hebben te weinig meetmomenten. De eerste meetmomenten zouden zich reeds moeten situeren in de kleuterschool en inhoudelijk te maken hebben met het klankbewustzijn: de gevoeligheid voor de klankstructuur van de taal; men is zich bewust van de klanken van een woord. Dit is voor een aantal kinderen geenszins een voor de hand liggende vaardigheid: er is een niveau van abstractie vereist (loskomen van het woord als primair verwijzend naar een betekenis). Voorbeelden van fonologische taken zijn: auditieve analyse en synthese van woorden, woorden opdelen in klankgroepen, in lettergrepen, rijmen en allitereren, woorden op klank klasseren volgens een criterium ... Hulp bestaat in het spelen met taal, dus met de nadruk op spelen. Het allerbelangrijkste hier zal zijn dat je naast auditieve taalspelletjes, vertelt en voorleest, vooral ook voorleest waarbij het kind al eens gewezen wordt op wat je hoort en wat je ziet.

De letter-klankkoppeling staat vooraan op het programma bij de start van het systematisch leesonderwijs. Onmiddellijkingrijpenwanneer het leesproces stagneert is bijzonder belangrijk. In elke methode trefje toetsen aan. Een zwak resultaat leidt tot direct ingrijpen: differentiatie of individuele remediëring. De regels van het connectionisme kunnen hier worden toegepast. In functie van de motiveringwerk je in het begin enkel met de goed gekende letters. Het kind oefent de synthese met woorden samengesteld uit deze letters. Er bestaan programma's die je daarbij kunnen helpen. Wanneer dit vlot gaat, wordt een minder goed geautomatiseerde letter of een nauwelijks gekende toegevoegd. De letter wordt terug aangeleerd, afgestemd op de methode van de klas. En nieuwe woordenrijen worden gelezen bestaande uitwoorden samengesteld uit de goed gekende en de nieuw aangebrachte letter. Je kunt in het begin deze letter eerst accentueren. De vlot gekend letters gaan in een doosje. Met deze letters worden woorden gemaakt. Je gaat vooral op zoek naar die kleine details die even kunnen motiveren.

Streefdoel van een school die via een protocol werkt, zou het minimaal bereiken zijn van AVI 2 eind eerste leerjaar, AVI 5 eind tweede leerjaar. Bij de remediëring blijft men twee paden bewandelen: het voorlezen (kijken en luisteren) waarbij men het liefst boeiende boekjes hanteert op niveau van het kind en systematisch oefenen van de leestechniek via woordenrijen en teksten op leesinstructieniveau van het kind. Er wordt gestreefd naar individuele remediëring waarbij we pleiten voor een

8 1 Wanneer lezen nauwelijks op gang komt

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties