Bundel 18
Achttiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
André Mottart
2005
208 pagina's
HORIZONTAAL EN VERTICAAL: EEN INTERACTIEVE TAALZAAKVAKLES HEEFT HET ALLEMAAL
Tjalling Brouwer
Inleiding
Binnen het onderwijs is een duidelijke wens waarneembaar om leerlingen meer en beter te betrekken bij het onderwijsleerproces. Dit heeft er ondermeer toe geleid dat veel methodes, waaronder die voor taal en/of lezen, uitgaan van een interactieve didactiek. Methodes geven echter weinig aanwijzingen voor het goed vorm en inhoud geven hiervan.
Naast de roep om interactief onderwijs, staat een betere afstemming van het taal- op het zaakvakonderwijs sterk in de belangstelling. Ook met betrekking tot meer afgestemd taalzaakvakonderwijs krijgen de leerkrachten weinig concrete aanwijzingen vanuit de methodes. Onderwijs waarbij taal- en zaakvakken beter op elkaar afgestemd wordt vraagt veel van leerkrachten. Hierbij kun je `ver-reiken' of 'verrijken'. In dit artikel wordt uitgegaan van verrijkte taalzaakvaklessen, waarbij het accent ligt op het interactief onderwijzen. Hierbij wordt zowel aandacht besteed aan de horizontale interactie (leerkracht-leerling) als aan de verticale interactie (leerlingen onderling).
1 Een blik op de praktijk
'Jongens en meisjes, ruim de boeken van begrijpend lezen maar op en neem je biologieboek maar voor je. Waar waren we gebleven. Eens even kijken, op bladzijde 26. De les heet 'Zon, maan en sterren'. Kijk er staat ook een verhaal bij. Joris wil jij het eerste stukje eens voorlezen?' Joris leest voor en nadat hij de paragraaf over het zonnestelsel voorgelezen heeft, wijst de leerkracht op de vragen die onder de tekst staan. `Kijk onder het plaatje staan ook een paar vragen om samen over te praten. Eens even kijken de eerste vraag gaat over marsmannetjes. Oshira, geloof jij in marsmannetjes?' Oshira geeft aan dat zij niet in marsmannetjes gelooft. De volgende vraag gaat over de grootte van de zon ten opzichte van de aarde. William mag deze vraag beantwoorden. De leerkracht neemt de overige 'praatvragen' ook nog even door en geeft vervolgens een van de leerlingen de opdracht om de volgende paragraaf hardop voor te lezen. Hierna nemen de leerlingen hun werkschrift voor zich. In dit werkschrift staan een aantal 'verwerkingsvragen' over de gelezen tekst. De leerlingen werken individueel aan het beantwoorden van de vragen. De leerkracht kijkt op zijn horloge en zegt: 'Jongens en meisjes, het is tijd. Ik zie dat de meeste kinderen nog niet klaar zijn met het beantwoorden van de vragen. Morgen hebben we zelfstandig werken. Je kunt daarin de vragen verder afmaken, dan kijken we die de volgende les samen na.'
Horizontaal en verticaal: een interactieve taalzaakvakles heeft het allemaal - Tjalling Brouwer 11