taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Achttiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 18 | Achttiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2005)


Bijdrage: Wetenschappelijke geletterdheid en taalvaardigheid (Tineke Padmos)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

WETENSCHAPPELIJKE GELETTERDHEID EN TAALVAARDIGHEID

Tineke Padmos

Inleiding

Wetenschap is — naast observeren, meten en denken — veel lezen, samenvatten, besehrijven en hypotheses of conclusies formuleren. Wetenschap bestaat dus vooral uit veel taal om de werkelijkheid te besehrijven. Werken volgens de wetenschappelijke methode, waarbij kennis uit verschillende bronnen en eigen observaties via een taakgerichte aanpak wordt geeonstrueerd, werpt daarom niet alleen in de wetenschapslessen, maar ook in het taalonderwijs vruchten af. Het biedt leerlingen de kans om doorheen Mie lessen te werken aan de ontwikkeling van hun wetenschappelijk inzicht, taalvaardigheid en creativiteit.

Het Vlaamse Steunpunt Gelijke Onderwijskansen ontwikkelt lesmodellen waarin de wetenschappelijke methode in alle zaakvakken van het secundair onderwijs wordt toegepast. Deze bijdrage gaat in op vragen die tijdens de samenstelling van dit lesmateriaal naar voren kwamen: hoe introduceer je een wetenschappelijke aanpak in om het even welk lesthema, hoe ga je zinvol om met (populair-)wetenschappelijke teksten en hoe maak je wetenschappelijke concepten toegankelijk voor minder taalvaardige leerlingen.

1 Het gewicht van een kabouter

Als een kabouter tien keer zo klein is als een mens, en een mens weegt gemiddeld 70 kilo, hoeveel weegt dan de gemiddelde kabouter? Bijna alle leerlingen van de middelbare school die dit vraagstuk krijgen voorgelegd, geven als antwoord: 7 kg. Fout, want het moet zijn: 70 gram, éénduizendste van het gewicht van een mens. Het is één van de vele voorbeelden uit een onderzoek van Leuvense wiskundedidactici (De Bock e.a. 2004) dat aantoont hoe lineair denken, wat vrijwel iedereen intuïtief doet, wiskundig inzicht in de weg zit. Ook al leren leerlingen dat je moet kwadrateren wanneer je een vierhoek tweemaal zo groot maakt, en dat je het volume tot de derde graad moet verheffen wanneer je hetzelfde met een kubus doet, toch passen ze dit niet toe in echte situaties.

Een andere, net zo bedrieglijk eenvoudige vraag is de volgende: hoe blijft een fiets in beweging? Hier antwoordt vrijwel iedereen: door te trappen. Dat lijkt correct, maar is het wetenschappelijk gezien niet. Wat gebeurt er wanneer je stopt met trappen? De fiets blijft doorrijden, totdat hij door de vrijwingskracht stopt. Hier geldt de eerste wet van Newton: een voorwerp dat eenmaal in beweging is, blijft in beweging, behalve

Wetenschappelijke geletterdheid en taalvaardigheid - Tineke Padmos 1109

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties