Doorzoek alle bundels


Bundel 18 | Achttiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2005)

Bijdrage: De bokkensprongen van de taal. Over woordenschat in het Nederlands (José Vandekerckhove)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

DE BOKKENSPRONGEN VAN DE TAAL OVER WOORDENSCHAT IN HET NEDERLANDS'

José Vandekerckhove

De spraeck die valt en rijst, de spraeck die komt en gaet, En hangt heel aen 't gebruyk, in wiens gewelt sy stoet'

Samuel Ampzing, Nederlandse grammaticus, 1638

Inleiding

Zoals in elke levende taal is er ook in het Nederlands een constante dynamiek aanwezig.

Op het gebied van de spelling is er bv. de in 2005 geplande aanpassing van o.m. de paardebloemregel. Wat de uitspraak betreft is er vooral in de laatste decennia een groot verschil ontstaan is tussen de Noord-Nederlandse' en de 'Vlaamse' uitspraak van het Nederlands.

Morfologisch valt bv. de grote flexibiliteit op van het Nederlands op het gebied van samenstellingen. Een leuk voorbeeld zijn de samenstellingen met –gate. Sinds Watergate noteerde ik onder andere Monicagate, nipplegate, Visa-gare en recent nannygate, waarbij `–gate' zowat een equivalent van 'schandaal' is. Het Laatste Nieuws had het zelfs over het nannygatesehandaal, een dubbel schandaal dus.

Ook op het gebied van de grammatica en de syntaxis beweegt er iets. Denk bv. aan de flexibiliteit van de werkwoordelijke eindgroep zoals bij 'Ik weet zeker dat Lutgard de boodschappen gedaan heeft'waarbij 'gedaan heeft' in de spreektaal couranter is geworden, en volgens Jan Renkema zelfs de voorkeur wegdraagt, dan het 'correete' heeft gedaan.

Op geen enkel gebied maakt het Nederlands echter een even snelle evolutie mee als op het vlak van de woordenschat.

Wie een diachrone woordenboekvergelijking maakt en bv. een Van Dak anno 1950 naast een Van Dak anno 2005 legt, merkt dit overduidelijk.

Volgens professor aan de KU Leuven Joop van der Horst komt er in het Nederlands minimaal 1 nieuw woord per dag bij.

Onderzoek heeft aangetoond dat er dagelijks een 15-tal woorden in een krant staan, die niet in de Van Dale staan en er misschien ook nooit zullen inkomen.

Ik sprokkelde recent o.a. veelpleger, vuilhufter, boevenkaartspel, kloonveulen, hiphop-oudje, poetsvrouwenboom, schaamproza, taalsnoei, wildklikker, dikbilprikpil...

Veel van dergelijke woorden komen weliswaar een tijdje in de kranten, maar raken nooit in het woordenboek, zoals bv. dioxinecrisis en dioxinekip (1999).

De bokkensprongen van de taal - José Vandekerckhove 1139