taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Achttiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 18 | Achttiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2005)


Bijdrage: Een 'wieweetwatwaarboek' en een 'bosatlas van de kinderliteratuur'. Werken met (non-)fictie in de basisschool (Annie Buellens)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Jacques Vos was één van de eersten die een handleiding opstelde om boeken in te schakelen bij de zaakvakken, zijn `Meer dan feiten' (Vos 1989) uit 1989 is nog altijd actueel. Hij noemt werken met informatieve boeken belangrijk :

`Omdat sommige kinderen (hobby-kinderen) een duidelijke voorkeur hebben voor dit genre. Omdat informatieve boeken voldoen aan de toenemende informatiebehoefte van onze maatschappij. En omdat door de nadruk op zelfwerkzaamheid informatieve boeken een steeds belangrijkere rol gaan spelen in het onderwijs.'

Hij wijst erop dat ook fictionele teksten kunnen helpen om de wereld te verkennen, mits de feiten op een relevante manier verwerkt zijn in het verhaal. Een sterk begeleidende docent is echter noodzakelijk om esthetiek en didactiek optimaal te laten renderen : 'Esthetiek en didactiek kunnen wel degelijk samengaan en elkaar zelf versterken: een goed boek kan de belangstelling van kinderen voor een bepaald onderwerp opwekken, terwijl kinderen die al in het onderwerp geïnteresseerd zijn wellicht verhalende boeken gaan lezen en zodoende ook oog krijgen voor de literaire aspecten van het lezen' (Vos 1988).

In de eindtermen zijn verwijzingen naar boeken en lezen, na goed zoeken, te vinden onder de rubrieken Muzische vorming en Nederlands en heel af en toe bij Wereldoriëntatie. Nochtans, om greep te krijgen op de wereld zijn o.a. de lessen Wereldoriëntatie een belangrijk hulpmiddel. Een gezonde mengeling fictie en non-fictie kan die greep alleen maar verstevigen. Echte leesbevordering is altijd vakoverschrijdend. Leesbevorderaars zullen beseffen dat non-fictie ook lezen is en dat het met name de leefkinderen aan het lezen kan zetten.

1 De praktijk

Omdat volgende praktijkideeën voornamelijk gericht zijn op kinderen die al kunnen lezen, wil ik vooraf het belang onderstrepen van kinderen, al heel vroeg, met boeken vertrouwd te maken. Vanaf de kleuterschool zou ik fictie en non-fictie samen aanbieden. Er zijn nu eenmaal zakelijk ingestelde kinderen die alleen via non-fictie tot lezen te verleiden zijn. En dat verleiden begint dus best zo vroeg mogelijk.

Voorlezen en over boeken praten begint in de peutertuin en de kleuterschool en loopt door in alle jaren van de basisschool.

1.1 Een leerlijn

Vertrouwd maken met verschillende soorten teksten gaat stapsgewijs. Een werkbare leerlijn zou er als volgt kunnen uitzien :

De kinderen maken vanaf het 2e, 3e leerjaar (groepen 4 en 5) kennis met duidelijk te onderscheiden teksten, bijv. : recepten, reclame, een informatieve tekst over een dier, een fabel, een sprookje, een gedicht...

De kinderen houden een leesdagboek bij waarin over boeken getekend en, heel kort, geschreven wordt. Dat leesdagboek loopt door in de volgende leerjaren. In de leeskring praten de kinderen met de leerkracht over wat ze gelezen hebben en over wat ze nog zouden kunnen lezen.

14 I Werken met (non-)fictie in de basisschool - Annie Buellens

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties