taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Achttiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 18 | Achttiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2005)


Bijdrage: De bokkensprongen van de taal. Over woordenschat in het Nederlands (José Vandekerckhove)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Het gebeurt ook wel eens meer dat Vlaanderen en Nederland hier hun eigen weg gaan.

In Nederland is brugpensioen bv. onbekend. In Nederland hebben ze het over de Vervroegde Uittreding, die ze dan weer als VUT afkorten.

Eriek Verpale schreef in zijn debuut Alles in het klein' over de periode dat hij in een megadancing werkte en er buitenwipper was. Zijn toenmalige redacteur Benno Barnard wees hem erop dat dit voor een Nederlander iemand is die buiten de deur neukt en hij stelde uitsmijter voor, wat Verpale dan weer afwees, want hij wilde niet als eiergerecht in die dancing werken.

Trendgevoeligheid speelt hier ook een rol.

Zo is wereld een tijdlang heel populair geweest zoals in een wereldgoal of knal zoals in knalfuif. Momenteel liggen o.a gericht, vriendelijk en gehalte niet onaardig in de markt.

Professor Joop van der Horst signaleert o.a. de volgende uit Nederlandse kranten geplukte voorbeelden: schoolreisjesgehalte, ons-kent-ons-gehalte, moddergooigehalte, de organisatie met het hoogste zeurgehalte, een déjà-vu-gehalte, een concert met een hoog Pink Floyd-gehalte, het hoge ver-van-mijn-bedgehalte, een hoog huichelgehalte... Ik vond recent in Het Laatste Nieuws een artikel over het stoeipoesgehalte van Eva Pauwels. En in Knack las ik dat het Janneke-en-Miekegehalte uit het VTM-nieuws moest.

Deze flexibiliteit op het vlak van woordvorming is typisch voor alle Germaanse talen. Het Duits is echter de primus inter pares. Probeer dit maar eens in het Nederlands: Anreisebeschreibung (reisbeschrijving van de heenweg), Landschaftschutzgebiet (een gebied dat omwille van zijn landschappelijke waarde wordt beschermd), Kummerspeck (dit krijgt een vrouw die uit liefdesverdriet bovenmatig aan het eten gaat)...

5.3 Het verdwijnen van woorden

Woordverlies is moeilijker vast te stellen dan woordwinst. Je ziet veel moeilijker dat iets er niet meer is, dan dat er iets nieuws is.

Bovendien verdwijnen woorden niet van de ene dag op de andere.

En er zijn ook archaïsmen (aangezicht, allengs,afgestorvene, gemaal...). Je gebruikt die woorden nog eerder zelden, behalve om stilistische redenen, en je geeft in de standaardtaal de voorkeur aan een moderner synoniem.

In werkelijkheid verdwijnen woorden nooit helemaal en worden ze opgenomen in wat we de 'historische woordenschat' zouden kunnen noemen. Zo zul je niemand nog bezig horen over nozem, brozem, Halbstarke, provo, kabouter, wittefietsenplan en langharig werkschuwtuig, behalve als je het over de jaren 60 hebt of de periode die er net aan voorafging.

De bokkensprongen van de taal - José Vandekerckhove 149

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties