taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Achttiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 18 | Achttiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2005)


Bijdrage: Coach de coach: taalleerkrachten ondersteunen bij het uitbouwen van hun onderwijspraktijk (Kris Van den Branden)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Figuur 2

 

Fase 1: Handelen

Fase 1: Observeren

Fase 2: Terugblik: Wat gebeurde er?

Fase 2: Terugblik: Wat gebeurde er?

Leraarperspectief

Leerlingperspectief

Wat zag ik de

Wat denk ik dat de

 

Wat denk ik dat ze

leerkracht en lln

leerkracht en de lln

Wat wilde ik?

.... wilden?

 

 

Wat deed ik?

.... deden?

doen?

.... wilden?

Wat dacht ik?

.... dachten?

 

.... deden?

Wat voelde ik?

.... voelden?

 

.... voelden?

Fase 3: Bewustwording van essentiële aspecten

Hoe hangen de antwoorden op de vorige vragen met elkaar samen?

Hoe hangen ze samen met contextgegevens: eindtermen en leerplannen,

schoolcontext, schoolbeleid, GOK-plan, leerling- en ouderkenmerken? (hori-

zontale samenhang)

Hoe hangen ze samen met ervaringen in het verleden? (verticale samenhang)

Wat is het probleem? Wat kan beter? Waar zit de uitdaging? ede positieve ont-

dekking?')

Fase 4: Alternatieven

Welke alternatieven zien we?

Welke voor- en nadelen hebben die?

Wat neem ik me voor?

Fase 5: Uitproberen in de praktijk

(evt. vergezeld van nieuwe observatie)

Vaak leidt tot fase 3 tot de positieve ontdekking van `werkpunten': patronen die regelmatig optreden in het handelen van de leerkracht, en waarbij deze zich niet tevreden toont omdat ze bij de leerlingen niet tot het gewenste effect leiden, omdat hij er zichzelf niet gelukkig bij voelt, omdat de doelstellingen daardoor niet gehaald worden, etc. Die werkpunten worden in de volgende fase van het reflectiegesprek opgenomen doordat actief gezocht naar alternatieve werkwijzen. Uiteraard kan de interactie tussen coach en leerkracht in deze fase zeer bevruchtend werken: de twee kunnen verschillende alternatieven naast mekaar leggen, voor- en nadelen afwegen, en samen tot een conclusie komen. Het is belangrijk dat in deze fase de link met de concrete klaspraktijk opnieuw gelegd wordt, en dat alternatieven niet zomaar in het ijle blijven zweven. Het uitproberen van die alternatieven in een nieuwe concrete klascontext

Coach de coach - Kris van den Branden 1 159

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties