taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 18

Achttiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
André Mottart
2005
208 pagina's

mogelijk gehouden want als je aan het lezen van een boek een boekbespreking koppelt, dan ligt er over dat boek een 'er-volgt-nog-iets-vervelends-schaduw'. De kinderen schrijven van elk boek minimum de bibliografische gegevens. Ze geven punten aan het boek, omdat dat de kortste en eenvoudigste manier is om een appreciatie uit te drukken. Als ze zo enthousiast zijn over een boek en het willen aanprijzen aan hun klasgenoten, dan doen ze iets meer : ze vertellen over wie het gaat en wat er gebeurt en ze lezen een smaakmakend fragment voor.

In het leesdagboek is ook veel ruimte voor tekenen en andere (vrije) expressievormen.

1.2 Boeken bij (zaak)-vakken en projecten

Wanneer een nieuw onderwerp aan de orde is worden de kinderen een week vooraf uitgenodigd om informatie op te zoeken : fictie, non-fictie, artikels uit tijdschriften of informatie van het internet. De eerste les bestaat er altijd in het materiaal te ordenen en een leeshoek in te richten.

Bij multiculturele projecten, en bij geschiedenis ligt het gebruik van boeken voor de hand. Aansluitend op een lessenreeks over een bepaalde geschiedkundige periode, de middeleeuwen bijvoorbeeld, kan je een boekenhoek inrichten met boeken, fictie en non-fictie, over : ridders, de kruistochten, de bouw van kathedralen, de heksenvervolgingen, de steden... op deze manier kan de leerstof verder uitgediept worden.

Met de kinderen maak je de afspraak dat ze minstens twee keer per jaar een boek kiezen en lezen dat aansluit op wereldoriëntatie.

Bij aardrijkskunde kunnen naast landengidsen en atlassen boeken over het leven van iemand in een bepaald land een ander licht werpen op dat land, bijvoorbeeld op kinderarbeid in India.

De kinderen krijgen vanaf het vierde leerjaar (bijlage 2) ook een leesfiche voor fictie die hen helpt om meer uit een boek te halen. Deze leesfiches zijn slechts hulpmiddelen, zodra de kinderen zelfstandig kunnen praten en schrijven over een boek mag de fiche wegvallen. Ze hoeven ook nooit de hele fiche in te vullen, ze kiezen alleen die items waarop ze vanuit hun boek een goed antwoord kunnen geven.

De bedoeling van die fiches is, aan de kinderen woorden te gegeven om hun gedachten en gevoelens genuanceerd uit te drukken.

En zelfs bij wiskunde (De telduivel) (Enzensberger 1998)) en bij natuurkunde (Met Sterre op reis door ruimte en tijd) (Stannard 2002) kan met fictie gewerkt worden maar bij deze vakken zal voornamelijk non-fictie aan de orde zijn.

Alhoewel in een les over vleermuizen, bijvoorbeeld, biedt de trilogie Zilvervlerk, Zonnevlerk en Vuurvlerk' van Kenneth Oppel (2000-03) niet alleen een boeiend verhaal, ze geeft ook een goed beeld over het leven van de vleermuizen.

Deze boeken kunnen aanleiding geven tot hoekenwerk waarbij ook minder boekgebonden vakken aan bod komen. Naast een leeshoek, is er een technologiehoek waarin geëxperimenteerd wordt met geluid, er is een schrijf- en muziekhoek, een wiskundehoek waarin vraagstukken en zoekopdrachten, een mediahoek met zoekopdrachten

16 I Werken met (non-)fictie in de basisschool - Annie Buellens

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties