taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Achttiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 18 | Achttiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2005)


Bijdrage: Een 'wieweetwatwaarboek' en een 'bosatlas van de kinderliteratuur'. Werken met (non-)fictie in de basisschool (Annie Buellens)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

over geluidsgolven en een luisterhoek waarin de kinderen luisteren naar verhalen en muziek.

Voordat de kinderen aan het hoekenwerk beginnen lezen ze een aangegeven fragment uit het boek als inleiding en om de band met het verhaal te behouden. (Bertels & Buellens 2004) Ook met een verhalend boek kunnen heel wat vakken uit het lessenrooster bestreken worden.

Associatie tussen een zakelijk onderwerp en een gedicht kan een les wereldoriëntatie zelfs doen eindigen met poëzie. Nadat het onderwerp uitvoerig behandeld is krijgen de kinderen de gelegenheid om een onderdeel uit te kiezen. Dan gaan ze op zoek in poëziebundels naar een bijpassend gedicht.

Ze combineren de twee : ze schrijven eerst een fragment uit hun zakelijke tekst en dan : 'Dat doet me denken aan dit gedicht van..', ze kopiëren het gedicht, het geheel kan versierd worden en de werkstukken worden besproken.

1.3 Werken met een informatief boek als project

A is een koetje (dat staat op zijn kop). Het verhaal van het alfabet' Rob Berkel en Ferran Bach. Davidsfonds/Infodok & Biblion, 2003 (Berkel & Bach 2003).

Dit boek over de geschiedenis van de geschreven taal kan in een 3e graad uitgewerkt worden als project dat min 2 en maximum 4 halve schooldagen duurt.

1.4 Werkplan

Er wordt met het hele boek gewerkt. Het leent zich tot een gestructureerde aanpak:

  • Klassikaal van p.8 tot en met p.27.

  • Individueel: elk kind krijgt één letter van het alfabet om mee aan de slag te gaan: van p.32 tot en met p.45.

Groepswerk: bestaat uit de opdrachten tussen het voorlezen, het opzoekwerk op het internet en de creatieve verwerking.

  • Tijd: Er is keuze tussen:

een minimumprogramma zonder individueel werk: 2 namiddagen.

een maximumprogramma: 3 á 4 namiddagen.

Werken met het boek in 4 dagen :

Dag 1 : de kinderen worden georiënteerd op het verhaal.

Daarna wordt er klassikaal gewerkt met het boek en met de opdracht van de voortaak. De dag wordt creatief besloten met een collage van verschillende talen en alfabetten en met een gedicht.

Dag 2 : Spelen met letters

Elk kind neemt een letter van het alfabet. Ze lezen in het boek wat er over hun letter gezegd wordt en zullen het in de alfabetshow aan hun klasgenoten vertellen. Met die letters worden een letterverhaal gemaakt, miniaturen, fantasieletters, gekke letters, woordschilderij en (cfr. Christian Dotremont), geheimschriften, eigen alfabetten... en

Werken met (non-)fictie in de basisschool - Annie Buellens 117

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties