taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Achttiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 18 | Achttiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2005)


Bijdrage: Een 'wieweetwatwaarboek' en een 'bosatlas van de kinderliteratuur'. Werken met (non-)fictie in de basisschool (Annie Buellens)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

het geheel eindigt in een alfabetshow.

Dag 3 : Over schrijftechnieken en alfabetten en woordenboeken

Hier wordt afwisselend klassikaal en in duo's gewerkt van p. 50 tot p.57.

De kinderen maken kennis met o.a. morse, braille en fonetisch schrift, met hiërogliefen, Arabisch, Chinees en Cyrilisch, met de streepjescode en met leestekens.

Ze leren ook beeldtaal interpreteren en vertellen een verhaal bij een foto. Ze lezen pictogrammen en zoeken informatie op het internet over alfabetten.

Ze maken een aanvang met een eigen woordenboek : `DE DUNNE... 'naar analogie met de 'De dikke van Dale. De kinderen worden dan woordenjagers : elk woord dat ze nog niet kennen en dat hen nieuwsgierig maakt, komt in hun woordenboek zodra ze de betekenis ervan kennen.

Dag 4 : Afsluiting : Schriften en verhalen wijd en zijd :

Al die letters en woorden dienen eigenlijk alleen om een boodschap duidelijk te maken, om een verhaal te vertellen.

Hoe meer woorden je kent hoe verfijnder je je kunt uitdrukken. En... als je de taal van de ander kent ga hem of haar zoveel beter begrijpen.

Als mensen uit andere culturen bereid gevonden worden om hun taal te komen voorstellen kan het een leuke interculturele namiddag worden met verhalen uit verschillende culturen. De kinderen luisteren eerst alleen naar de klanken van de vreemde taal, allochtone klasgenoten kunnen achteraf vertalen.

Helemaal mooi wordt het als iemand uit China of Japan hun befaamde kalligrafie kan demonstreren.

Er kunnen letterkoekjes gebakken worden.

De kinderen kunnen optreden met hun rap-gedicht, hun alfabetshow. Kortom het is niet moeilijk om er een feestelijke afsluiter van te maken.

Eenzelfde project zou kunnen opgezet worden met: `Waarom een buitenboordmotor eenzaam is' (van Leeuwen 2004) van Joke van Leeuwen.

1.5. En wat met het Dingenschrift en het Wieweetwatwaarboek ?

Nadat er voorgelezen is uit Deesje van Joke van Leeuwen (p.8 tot 12) kunnen de kinderen uitgenodigd worden om ook met een `Dingenschrift' en een 'Wieweetwatwaarboek' te beginnen.

In het `Dingenschrift' schrijven ze dingen die ze willen onthouden, ze plakken er plaatjes en knipsels in die ze heel bijzonder vinden. Het dingenschrift kan iets heel persoonlijks zijn maar kinderen die dat wensen kunnen eens in de maand bijvoorbeeld, tonen wat er in hun dingenschrift bijkwam.

In het 'Wieweetwatwaarboek' noteren ze vragen die hen bezig houden.

Eén keer om de twee weken is er een `DatZoekenWeEensOp-kring.' In die kring brengen enkele kinderen hun vragen naar voor. De groep beslist welke vraag de moei-

18 I Werken met (non-)fictie in de basisschool - Annie Buellens

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties