taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 18

Achttiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
André Mottart
2005
208 pagina's

te van het opzoeken loont. De taken worden verdeeld en de kinderen delen hun bevindingen mee in een volgende kring. Eén van de taken bestaat erin boeken te zoeken die opheldering kunnen verschaffen. Op deze manier worden niet alleen alle kinderen bij het onderwerp betrokken, ze leren een hoop nieuwe dingen en vinden nog meer nieuwe vragen.

2 Besluit

Fictie en non-fictie hebben hun plaats in het leesonderwijs, bij muzische vorming en bij wereldoriëntatie, om de actualiteit te duiden en telkens als de gelegenheid zich voordoet bij andere vakken.

Er zijn volgens Piet Mooren in Langs de lange Lindelaan' (Mooren 1998) redenen genoeg om hiervoor te pleiten :

Kinderen moeten zowel een wereld van woorden leren beheersen als een wereld van kaarten, diagrammen, schema's, grafieken en tabellen. Voor beide werelden is leesvaardigheid nodig. Het is dus een goede zaak om leesvaardigheid ook aan de orde te stellen in vakken als rekenen, aardrijkskunde...

Kinderen vragen niet alleen om een spannend boek ze willen ook een boek over de ruimte, over vulkanen, vleermuizen, de ozonlaag...

Interesse voor een wereldoriënterend onderwerp kan een kapstok zijn voor het lezen. Non-fictie komt, zoals gezegd, vaak te gemoet aan de behoefte van doe-kinderen, ze hoeven niet het hele boek te lezen. Eenvoudige non-fictieboeken kunnen aansluiten op de interesse van zwakke lezers en hen aan het lezen zetten.

Via een goede mix van fictie en non-fictie raken kinderen functioneel geletterd.

Als dan via de loopplank van de non-fictie ook fictie over het onderwerp aankomt, vinden de kinderen hun weg wel in de 'Bosatlas van de kinderliteratuur'.

Bibliografie

Berkel, R. & Bach, E (2003), A is een koetje (dat staat op zijn kop). Leuven: Davidsfonds/Infodok.

Bertels, A. & Beullens, A. (2004), 'Terwijl ik haar beschilderschrijf, Lestips voor het zesde leerjaar/groep 8'. In : Horen & Zien, Jeugdboekenweek, 2004. Antwerpen: Stichting Lezen Vlaanderen.

Enzenberger, H.M. (1998), De telduivel. Amsterdam: De Bezige Bij.

Helms, A. (1994), `De topografische verbeelding'. In: Zo goed als klassiek. NBLC Uitgeverij, p.141 - 157.

Hofman, W. (1994), 'Naar een Bosatlas van de jeugdliteratuur'. In : Zo goed als klassiek. Den Haag: NBLC Uitgeverij, p. 158 – 172.

Mooren, P. (1998), 'Waar is Sebastiaan gebleven ? Over fictie en non-fictie in lees- en zaakvakkenonderwijs ?'. In : Langs de lange Lindelaan. Den Haag: NBLC Uitgeverij, p. 292-306.

Oppel, K. (2000-2003), Zilvervlerk, Zonnevlerk, Vuurvlerk. Haarlem: Gottmer. Stannard, R. (2002), Met Sterre op reis door ruimte en tijd. Houten: van Holkema &

Werken met (non-)fictie in de basisschool - Annie Buellens 119

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties