3.2 Domein luisteren
In de geselecteerde methoden is luisteren een veel voorkomende activiteit. Net als bij het spreken is het aantal verschillende taaltaken echter gering. Leerlingen luisteren vooral naar instructie, naar informatie of opdrachten, ze luisteren naar een verhaal of naar klasgenoten. Kort samengevat is luisteren vooral luisteren naar de leerkracht of naar medeleerlingen in een door de leerkracht geleid traditioneel klassengesprek, waarbij er sprake is van het reeds besproken `zonpatroon'.
3.3 Domein stellen
Bij het domein stellen is het schriftelijk beantwoorden van vragen de dominante activiteit. Af en toe komen er ook andere activiteiten aan bod zoals het schrijven van een verhaal, het beschrijven van een gebeurtenis, handeling of situatie.
3.4 Domein lezen
Binnen vrijwel elke zaakvaldes lezen kinderen teksten en/of opdrachten. Gemeten naar de tijd die hiermee gemoeid is, is dit een belangrijke taaltaak binnen zaakvaldessen. Bij het lezen van teksten in de zaakvaldessen ligt de toepassing van datgene dat bij het vak begrijpend lezen geleerd is voor de hand. In de meeste lesbeschrijvingen ontbreken echter de meest basale aanwijzingen voor de wijze waarop er gelezen moet worden (individueel, in groepen, klassikaal), laat staan dat er expliciete relaties worden gelegd naar inhoudelijke aspecten en taaltaken die ook bij begrijpend lezen aan de orde komen.
3.5 Domein woordenschatontwikkeling
In alle geanalyseerde methoden worden kernbegrippen genoemd. In termen van woordenschatonderwijs zou men deze woorden `doelwoorden' kunnen noemen. De keuze van de kernbegrippen die door de methodeschrijvers geselecteerd zijn lijken nogal eens toevallig, arbitrair en zijn vaak ook onvolledig. In de methodes ontbreken vrijwel altijd aanwijzingen voor de wijze waarop de doelwoorden aangeboden en geconsolideerd moeten worden. Op basis hiervan kan de vraag gesteld worden of deze aangeboden kernbegrippen daadwerkelijk zullen beklijven en het zaakvakonderwijs op deze manier voldoende bijdraagt aan de woordenschatontwikkeling van kinderen.
De analyse van de zaakvakmethodes laat zien er sprake is van een gering aantal taalactiviteiten met weinig variatie. Dit beeld geldt zowel voor groep 5 als voor groep 8 en is niet gekoppeld aan een bepaald vakgebied of bepaalde methode. De aangetroffen taalactiviteiten passen bij een meer traditionele, leerkrachtgestuurde vorm van klassikale instructie, met weinig interactie en een geringe actieve participatie van de leerlingen. Zwart-wit geformuleerd kan gezegd worden dat, als de zaakvaklessen conform de aanwijzingen vanuit de methodes vormgegeven worden, dit snel kan leiden tot verkapte begrijpend leeslessen die gebaseerd zijn op het achterhaalde tekst-vraag-antwoordmodel aan de hand van
4 I Horizontaal en verticaal: een interactieve taalzaakvakles heeft het allemaal - Tjalling Brouwer