Bundel 18
Achttiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
André Mottart
2005
208 pagina's
Daarnaast wil ze de kinderen ook meer op elkaar betrekken. De betreffende zaakvak-les bestaat uit drie teksten. Ze besluit ondermeer gebruik te maken van het principe van de 'verdeelde informatie'. Daarnaast neemt ze zich voor om bij de verticale interactie (leerkracht-leerling) te proberen het 'Kaatsmodel' te realiseren.
Bij de werkvorm 'verdeelde informatie' werken de kinderen in tweetallen. Kind A leest de eerste tekst, kind B leest de tweede tekst. Nadat de kinderen hun tekst gelezen hebben vertellen ze elkaar over de inhoud daarvan. Deze vorm van samenwerkend leren creëert wederzijdse afhankelijkheid en een grote individuele verantwoordelijkheid. Immers, je hebt als leerling de taak om je leesmaatje' te vertellen wat de inhoud is van de tekst die jij gelezen hebt. Om er voor te zorgen dat ook zwakke lezers een goede inbreng kunnen hebben en goede lezers niet benadeeld worden door onvolledige informatie van een zwakke lezer hanteert de leerkracht een getrapte werkwijze waarbij twee kinderen de A tekst lezen en twee kinderen de B tekst. Door een zwakke lezer te koppelen aan een sterke lezer, kan ook de zwakke lezer zijn leesmaatje informeren over de door hem gelezen tekst.
Onderstaand treft u twee lesschema's aan. Het eerste schema laat de bestaande les zien. Het tweede schema laat zien hoe de les die Julianne uitgewerkt heeft eruit ziet. 2
Bestaande zaakvakles
|
Bestaande les (samengevat) |
Taalactiviteit (volgens items |
Interactievorm/ |
|
|
checklist Taalactiviteiten) |
Opmerkingen |
|
Blik met de leerlingen terug op de |
Spreken: |
Verticaal |
|
vorige les waarin U een verhaal |
vragen leerkracht beantwoorden |
waarschijnlijk |
|
voorgelezen hebt over rendierjagers. |
|
volgens |
|
Bespreek de vragen die in de |
Luisteren: |
zonpatroon. In |
|
handleiding genoemd staan. |
naar instructie |
de handleiding |
|
|
naar verschillende deelnemers of |
staan elf |
|
|
groepsgesprek. |
gesloten,
reproducerende
kennisvragen |
|
Lees samen met de kinderen de |
Lezen: |
- |
|
teksten. |
stillezen of hardop |
|
|
|
(geen aanwijzingen in handleiding
over vorm waarin dit gebeurt)
informatie uit tekst halen |
|
|
De kinderen maken de vragen op |
Stellen: |
- |
|
het verwerkingsblad. |
vragen beantwoorden |
|
|
U bespreekt de antwoorden met de
kinderen. |
Spreken:
vragen beantwoorden |
Verticaal,
waarschijnlijk |
|
|
Luisteren: |
volgens het |
|
|
naar verschillende deelnemers |
zonpatroon. |
|
|
of groepsgesprek |
Ook hier veel
reproducerende |
6 1 Horizontaal en verticaal: een interactieve taalzaakvakles heeft het allemaal - Tjalling Brouwer