bepalen van schrijfdoel en publiek en dat komt samen in de vorm van een schrijfplan. Verder moet een schrijver informatie verzamelen, interpreteren, beoordelen, selecteren en ordenen; de tekststructuur bepalen en uitwerken. Schrijven vereist revisie, dat wil zeggen vragen stellen aan de lezer, commentaar kunnen accepteren en verwerken. Schrijven vraagt om het bewust hanteren van schrijfstrategieën bij materiaal verzamelen (brainstorm, mind map, topische vragen, 'praten met een medeleerling over wat ik eigenlijk bedoel'). Strategieën bij uitschrijven (berusten, teruglezen, schema aanpassen, etc.). Het vraagt om feedbackstrategieën (vragen stellen, ik-boodschap).
Kortom, voor een goede tekst en een goed schrijfproces wordt heel wat afgedacht. Mutatis mutandis geldt dit voor discussie en debat, en voor lezen en interpreteren van teksten.
De vraag is hoe dat denken te stimuleren. Het antwoord is: door praten. Praten is een belangrijke schrijfactiviteit, want praten is een belangrijke leeractiviteit. Taalgebruik leidt niet alleen tot overdragen van gedachten, maar leidt ook en vooral tot ontwikkelen van gedachten. Bruffee (1984) maakt aannemelijk dat we leren denken door te leren praten. Hij ziet denken als het voeren van een interne dialoog, die we leren te voeren dankzij het voeren van een externe dialoog, een dialoog met anderen. Deze gedachte vormt voor ons uitgangspunt voor leren leren en leren denken. Leren leren betekent dat je met jezelf over je leren kunt 'praten', je leren kunt plannen en reguleren. Volgens Bruffee leer je dat dan door over je leren te praten. Datzelfde geldt dan voor leren denken: praten over wat je denkt leidt tot denken over je denkactiviteiten.
2 Memory map
De in de titel geciteerde collega reageerde op ons bezig zijn met een memory map. Ze zag ons beiden zitten achter een tafel vóór in het lokaal. De andere deelnemers werkten in groepen van vier aan de reproductie van een kerstkaart van een reisbureau, die met de leesbare kant naar beneden, in enkele exemplaren vóór ons ligt. Wij keken bij voortduring op ons horloge, omdat onze procedure sterk op tijdsindeling was gestructureerd: om de minuut een opdracht aan één deelnemer per groep die deze als 'gedrilde soldaat' bij onze tafel kwam verkennen.
Een 'memory map' is een opdracht waarbij leerlingen in groepen, op basis van korte waarnemingen een tekening, een afbeelding of een tekst moeten reproduceren (bij een tekst) samenvatten. Daarbij zijn meerdere samenwerkings- en denkstrategieën in te zetten en te oefenen, afhankelijk van de concrete opdracht en het te reproduceren object. De werkwijze van de opdracht is als volgt:
1 de docent zit vóór in de klas met een horloge en de te reproduceren tekst/tekening/afbeelding.
2 De leerlingen zijn verdeeld in groepen van vier, die elkaar nummeren van 1-4 (zonodig in een of enkele groepen van drie, met doornummer van 1-4).
3 De docent legt uit dat op zijn signaal alle nummers 1 naar voren mogen komen, dan wordt de pagina omgedraaid en mogen de leerlingen gedurende 20 seconden 2 naar de tekst kijken, en dan teruggaan naar hun groep.
4 In de groep vertellen de nummers 1 wat ze gelezen/gezien hebben, en de groep
66 I Werkvormen voor Ieren denken bij het schoolvak Nederlands - Hanneke Houkes & Piet-Hein van de Ven