De nabespreking kan een patroon volgen waarin bijvoorbeeld van elke groep één lid vertelt:
wat de afspraken waren die gemaakt zijn, hoe men het aan wilde gaan pakken: de strategie;
hoe (in dit geval) de tekst eruit ziet;
De boven weergegeven tekst is lastig. Leerlingen ontdekken dat die uit twee delen bestaat die elkaar tegenspreken, maar dat er geen duidelijk signaalwoord tussen het eerste en het tweede deel staat dat hen op dat spoor zet. Ze ontdekken dat het tweede deel van de tekst gestruetureerder oogt dan het eerste deel, vanwege in dat tweede deel gegeven signaalwoorden: waarom, op de eerste plaats, wat erger is, het allerergst. Met deze ontdekking komen leerlingen op het spoor van het belang van signaalwoorden, ze ontdekken de mogelijkheid die in te zetten bij een eerste globale lezing van de tekst. Ze ontdekken dat hun eerste afspraak "jij de eerste x regels, jij de tweede hoeveelheid" niet altijd even handig hoeft te zijn en dat overzicht over de tekst (soort tekst, opbouw) helpt om te reproduceren.
De opdraeht kan ook anders luiden, bijvoorbeeld: geef de hoofdgedachte weer, de belangrijkste argumenten. Het doel is dan dat leerlingen nadenken over hoe ze in korte tijd de hoofdgedachte van een tekst kunnen achterhalen (globaal lezen). In de tweede plaats leren ze vragen te stellen aan de tekst. Waar moet nummer twee of nummer drie naar gaan kijken? Ze leren samen te werken: "Wat hebben we aan elkaar, hoe kunnen we informatie delen, informatie aan elkaar overbrengen?". Ten slotte zal ieder een eigen 'onthoud'-strategie hebben, wat ook weer de moeite waard is om uit te wisselen.
Bij een tekening of andere afbeelding kunnen we weer heel andere doelen stellen: een embleem van Cats laten natekenen, een spotprent op een auteur, de voorpagina van een roman, etc. Soms vergeten leerlingen dan de toelichtende tekst. Bij zo'n opdraeht blijkt inzicht in wat de afbeelding voorstelt vaak doorslaggevend. Door na te tekenen komen allerlei details naar boven die voor een goed begrip ervan uiterst belangrijk zijn, maar die bij alleen maar oppervlakkig kijken niet opvallen.
Wat dus de leerdoelen zijn, hangt af van wat we op dat moment willen. Groepjes zullen verschillend reageren en afhankelijk van het niveau ga je als docent in het proces en op de verschillende vakinhoudelijke en cognitieve vaardigheden.
De memory map kent een strakke structuur, dan moet ook, omdat de opdracht in eerste instantie heel erg open is. De beschreven werkwijze kent een sterk spel- én competitie-element. Dat blijkt steeds opnieuw motiverend te werken, ook in Antwerpen met collega's onder elkaar.
68 1 Werkvormen voor leren denken bij het schoolvak Nederlands - Hanneke Houkes & Piet-Hein van de Ven