3 Mysteries
De mystery, of in het Nederlands een mysterie, is bij uitstek een werkvorm om in samenspraak met leerlingen dat denken – en het denken over denken – te stimuleren. Het is bovendien een uitdagende werkvorm.
Leeringen krijgen 16-30 stukjes informatie op losse stukjes papier. Alle leerlingen krijgen dezelfde informatie. Op basis van deze informatie moeten ze een antwoord geven op een centrale vraag: het mysterie. Dat betekent dat leerlingen deze informatie zo moeten lezen dat ze die vraag kunnen beantwoorden. Leerlingen gaan dan ook direct aan de slag met vat te krijgen op die informatie. De stukjes papier worden gelezen, er wordt op een of andere manier ordening in aangebracht – en het is nu net die 'een of andere manier' die aan de orde moet komen in de nabespreking: het gaat in die nabespreking om het verwoorden van de denkstappen, maar ook om de vakinhoudelijke begrippen die voor dat denken worden gebruikt of door dat denken worden opgeroepen. Het mysterie is ontwikkeld om leerlingen te leren kritisch met informatie om te gaan. Ze leren informatie te selecteren, te ordenen, te interpreteren en te beoordelen. Ze leren argumenten te beoordelen, ze leggen verbanden tussen de afzonderlijke gegevens, stellen een hypothese op en toetsen en verfijnen deze. Ten slotte komen ze tot een conclusie die ze dienen te beargumenteren.
Door een mysterie leren leerlingen problemen op te lossen zoals ze die in het dagelijks leven of latere studies tegen komen, zonder dat er voorop gestelde patronen aangeboden worden. Ze leren niet te kopiëren of na te bootsen, maar leren fundamenteel zelf problemen op te lossen.
Dat ze informatie gescheiden van elkaar op losse stukjes papier of losse kaartjes krijgen, is cruciaal. Ook in het dagelijks leven, of bij het aanleggen van een documentatiemap voor hun sehrijf- of leesdossier, beschikken ze vaak over niet meer dan 'versnipperde' informatie!
Fysiek met deze informatie bezig zijn, door de volgorde van de briefjes te veranderen, ze in steeds andere groepen te ordenen, stimuleert het denken en het anders willen en kunnen denken over een onderwerp. Alleen al door te schuiven kunnen leerlingen gegevens als oorzaak of gevolg gaan zien, ze als 'voorbeeld van' of als 'niet terzake doende' beschouwen, Ook het samenwerken is essentieel in het wel of niet slagen van een mysterie. Meningsversehillen kunnen immers leiden tot trammelant, en door daar zorgvuldig mee om te gaan leren leerlingen om te gaan met conflieten en leren ze hoe ze in zulke situaties van elkaar kunnen leren.
Tussentijds en aehteraf reflecteren is ook van groot belang. Door goed te luisteren als docent kun je een vruchtbare leeromgeving creëren door op de juiste momenten de leerlingen weer wat nieuwe 'input' te geven. 'Goede' oplossingen van leerlingen kunnen andere groepjes inspireren, terwijl het een groep enorm kan helpen als aandacht wordt besteed aan 'slechte' strategieën bijvoorbeeld door andere groepen erop te laten reflecteren. Reflectie moet plaatsvinden op vaardigheden die tijdens het doen, het proces naar voren komen. Refleetie is ook nodig voor vakinhoudelijke aspecten.
Voor docenten zijn mysteries bij uitstek een goede mogelijkheid om inzicht te krijgen in de vaardigheden en kennis van leerlingen.
Werkvormen voor leren denken bij het schoolvak Nederlands - Hanneke Houkes & Piet-Hein van de Ven 69