taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 18

Achttiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
André Mottart
2005
208 pagina's

Een mysterie kan op elk niveau uitgevoerd worden, de verschillen in niveau uiten zich in de verschillen in leerproces en in het eindproduct. In onderstaande presenteren we een mysterie die we hebben uitgeprobeerd in klas 4 vwo We besehrijven de opdracht aan de leerlingen, de mysterie zelf, geven aan wat de docent kan en/of moet doen en beschrijven onze ervaringen.

4 Een voorbeeld: Gaat Basem naar de houseparty?

Deze mysterie is gebruikt als les bij de vaardigheid argumenteren. Het leerdoel is dat leerlingen oefenen met het interpreteren en ordenen van informatie die hen moet helpen om beargumenteerd een antwoord te geven op een centrale vraag. Daarbij zullen ze ondervinden dat er versehillend gedacht kan worden over het belang van bepaalde informatie, van bepaalde argumenten. Ze leren dat er verschillende invalshoeken zijn van waaruit je naar een onderwerp kunt kijken en van waaruit je kunt beargumenteren. Argumenten kennen verschillende achtergronden, argumenten als zodanig zijn niet 'waar' of 'onwaar', maar hun geldigheid hangt mede van de situatie af, en van het perspectief van de betrokkenen.

4.1 De opdracht

De opdracht aan de leerlingen 4 vwo luidde als volgt:

Formuleer met je groepje een antwoord op de volgende vraag:

Gaat Basem naar de houseparty die wordt georganiseerd in de Matrix 4?

Je krijgt zo dadelijk een enveloppe met allerlei strookjes papier. (Die strookjes zijn genummerd, maar daar heb je niks aan, dat is alleen maar om ervoor te zorgen dat elke enveloppe dezelfde informatie bevat, dat er geen strookjes verloren gaan.) Op die strookjes staan de gegevens die je kunt gebruiken om de vraag te beantwoorden. Stel samen je antwoord vast. Beargumenteer met behulp van die informatie, waarom en hoe jullie als groepje tot dit antwoord komen. Het antwoord en de bijhorende argumentatie schrijf je op.

Eén persoon van het groepje houdt bij wat jullie als groepje doen. Dus vanaf het moment dat je de opdracht krijgt, tot het moment dat je de opdracht voltooid hebt. Deze persoon moet daar straks over rapporteren.

De werkwijze van de docent is:

  •  Opdracht uitleggen, zoals hierboven besehreven (zonder achterliggende leerdoelen te vermelden!)

Groepjes formeren (zwakke en sterke leerlingen mengen!)

  •  Enveloppen uitdelen (zie onder).

  • Rondlopen, kijken hoe groepjes het aanpakken. Na ongeveer 5 of 10 minuten de boel stilleggen om tussentijds te reflecteren. Het liefst met behulp van input van de groepjes zelf, bijvoorbeeld door de rapporteurs al tussendoor te vragen over wat er in de groepjes gebeurt. Je kunt als docent een 'goede' aanpak misschien al wat meer aan bod laten komen om groepjes die meer moeite hadden

70 I Werkvormen voor leren denken bij het schoolvak Nederlands - Hanneke Houkes & Piet-Hein van de Ven

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties