Bundel 19 | Negentiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2006)
Bijdrage: Beroepsgericht schrijven Nederlands een proef met tekstschrijven voor het examen Nederlands in de basisberoepsgerichte leerweg (Ton Hendrix & Rixt Zeelenberg)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »
2 Experiment Beroepsgericht Schrijven Nederlands
Eén van de pogingen om het schrijven dichter bij de leerlingen te brengen is het experiment van Cevo en Cito 'Beroepsgericht Schrijven Nederlands' (afgekort BSN). De gedachte achter het experiment is om een module schrijfvaardigheid Nederlands te koppelen aan het 'centraal schriftelijk en praktisch examen' (cspe) BB. Het cspe is een examen in een beroepsgericht vak dat zich omstreeks april-mei over enkele weken uit kan strekken en dat bestaat uit een combinatie van schriftelijke en praktische opgaven vaak gekoppeld aan een concrete beroepsspecifieke casus.
Het plan is om aan het cspe van elk vak (in totaal zijn er ongeveer dertig beroepsgerichte vakken) een module `schrijfvaardigheid Nederlands' toe te voegen die meeweegt in het eindcijfer voor het centrale examen Nederlands. Voor de beoogde cspe-module schrijfvaardigheid wordt een basisformat Nederlands gehanteerd dat inhoudelijk gezien beroepsspecifiek wordt ingekleurd. Dit betekent dat de inhoud van de examenopdracht voor schrijven gekoppeld is aan de beroepsgerichte context van ieder afzonderlijk cspe. Een examenkandidaat elektrotechniek krijgt dus inhoudelijk een andere schrijfopdracht dan een leerling voertuigentechniek, verzorging, handel en verkoop of landbouw-breed. Het schrijf- en beoordelingskader is vastgelegd in het basisformat dat ten grondslag ligt aan iedere schrijfopdracht. Hierdoor wordt gegarandeerd dat de verschillende schrijfvaardigheidsopdrachten gelijkwaardig zijn. De module schrijfvaardigheid Nederlands wordt beoordeeld door de docent Nederlands, desgewenst met steun van diens collega's beroepsgericht voor de vakspecifieke cspe-onderdelen.
Uit een eerste, relatief kleinschalige, proef bij examenprogramma's in de vier beroepsgerichte sectoren op tien verschillende scholen, bleek dat leerlingen vanuit de beroepscontext enthousiast werden voor het schrijven en ook werkelijk tot schrijven kwamen.
3 Inhoudelijke keuzen
Voor het basisformat Nederlands waarop de schrijfopdracht door Cito ontwikkeld wordt, is vooraf een aantal duidelijke inhoudelijke keuzen gemaakt.
-
Het hoofdaccent van de schrijfopdracht ligt op een geslaagde schriftelijke com-
municatie, zowel inhoudelijk als wat betreft het gebruiken van schrijfconventies.
-
Het gevraagde schrijfproduct is een activerende of adviserende tekst, waarin een aantal in de opdracht aangereikte inhoudselementen zijn verwerkt die ontleend zijn aan het beroepsgerichte vak. De behandeling van de inhoudselementen (kern van de tekst) moet zaakgericht zijn en dus niet in de ik-vorm zijn gesteld. De inleiding en de afronding mogen persoonsgericht zijn.
-
De tekst kan worden geschreven in de vorm van een e-mail of een brief. De bijbehorende conventies worden in de beoordeling meegenomen. De opdracht mag desgewenst met de tekstverwerker worden uitgewerkt.
-
De beoordeling van het taalgebruik en de spelling krijgen een ondergeschikte plaats ten opzichte van de communicatieve strekking en de tekstconventies.
24 I Beroepsgericht Schrijven Nederlands - Ton Hendrix en Rixt Zeelenberg