Bundel 19 | Negentiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2006)
Bijdrage: Competentiegerichte taaldidactiek (Henk Huizinga & Rolf Robbe)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »
COMPETENTIEGERICHTE TAALDIDACTIEK
Henk Huizenga en Rolf Robbe
Inleiding
Kun je studenten op een competentiegerichte manier de taaldidactiek bijbrengen? Met taaldidactiek bedoelen we het kunnen lesgeven in alle domeinen van het vak Nederlands: spreken en luisteren, lezen en schrijven. Bij competentiegericht opleiden streven we naar
-
een sterke verbinding tussen praktijk, theorie(en) en de persoon van de leerkracht;
-
studenten die weten aan welke competenties ze moeten werken en die bijvoorbeeld via assessments helder in beeld hebben in hoeverre ze voldoen aan de vereiste kwaliteiten;
-
een programma met een duidelijke afstemming tussen theorie en stage;
-
studenten die door voortdurende reflectie op hun eigen kunnen leren hun sterke en zwakke punten te benoemen en nieuwe leerdoelen te stellen.
In deze bijdrage schetsen we een mogelijkheid om deze doelen in de praktijk te brengen rond de taaldidactiek, in de meeste Pabo's een behoorlijk groot onderdeel van het programma (vgl. ook Koersen op Meesterschap. Expertgroep Kwaliteit lerarenopleiding primair onderwijs, oktober 2004). We gaan in op het werken met kenmerkende situaties, de verschillende competentieniveaus en de toetsvormen die je kunt hanteren om het niveau van studenten vast te stellen. In deze bijdrage blijven we noodgedwongen vrij kort. Wie meer wil weten, kan ons altijd om meer vragen.
1 Kenmerkende situaties
Bij het vormgeven van competentiegerichte taaldidactiek maken we gebruik van kenmerkende situaties. Een kenmerkende situatie beschrijft een frequent voorkomende en relevante situatie, in dit geval binnen het schoolvak taal, zoals het verzorgen van een les waarin kinderen een spellingregel leren hanteren. Het uitvoeren van een kenmerkende situatie veronderstelt de inzet van vakspecifieke competenties die zichtbaar worden in het handelen van studenten, bijvoorbeeld het verzorgen van een instructie, hanteren van werkvormen en het kunnen beoordelen van de prestaties van leerlingen.
De kenmerkende situaties zijn concentrisch opgebouwd waarbij de beheersing van een volgende niveau veronderstelt dat de student ook de competenties van een lager gelegen niveau beheerst.
Competentiegerichte taaldidactiek - Henk Huizenga en Rolf Robbe 129