Bundel 19 | Negentiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2006)
Bijdrage: CombiList Team Training voor leerkrachten (Akke de Blauw & Resi Damhuis)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »
Taalleermechanisme
de leerling praat uitgebreid en op eigen initiatief
de leerling gebruikt zo creatief en actief mogelijk zijn kennis van de taal
T
hij merkt dat hij iets nog niet precies weet
T
hij gaat op de taalelementen letten in de taal die hij om zich heen hoort
T
zo ontdekt hij wat hij nog niet wist
en krijgt dus nieuwe kennis van de taal
Figuur 1: Het taalleermechanisme: taalproductie levert nieuwe taalkennis op (Damhuis Litjens 2003, p. 24)
3 Geschikte activiteiten voor taalontwikkeling
Hoe kun je als leidster of leerkracht zorgen dat kinderen vaker in die goede gesprekken betrokken zijn? Dat kan langs twee wegen. Door geschikte werkvormen voor taalontwikkeling te kiezen én door andere werkvormen voor taalverwerving geschikt te maken.
1. Activiteiten uitvoeren die bij uitstek geschikt zijn om goede gesprekken uit te lokken.
Een van de activiteiten die geschikt zijn voor taalontwikkeling is Interactie in de kleine kring (Damhuis & Litjens 2003, deel 3). Een andere werkwijze voor de stimulering van taalontwikkeling is Gesprekken om te leren (deel 4 in Damhuis & Litjens 2003). Kennisdoelen en taaldoelen gaan in deze activiteit hand in hand. In leergesprekken worden uitwisselingsfasen aangebracht: fasen waarin leerlingen uitgebreid hun bijdragen kunnen leveren aan het gesprek. Klassikale gespreksactiviteiten worden taalverwervingsgerichter door ze te combineren met tweetalgesprekken. In een klassikaal gesprek is er per leerling maar weinig gelegenheid voor actieve bijdragen. Door het organiseren van tweetalgesprekken zijn alle kinderen tegelijkertijd actief aan het praten en luisteren.
Voorbeeld: Een aardbeving in mijn straat!
Leerlingen in de midden- en bovenbouw zijn al een poosje bezig met het thema natuurrampen. Ze hebben onder andere informatie gezocht over aardbevingen. Als leerkracht begin je een interactief leergesprek met deze bewering: Ik droomde vannacht dat er bij mij in de straat een aardbeving was! Je laat de leerlingen daar eerst zo op reageren: een uitwisselingsfase. Dan geef je hen een tweetalopdracht: Kan het wel of niet, die aardbeving in mijn straat?. En waarom dan wel of niet? De kinderen maken aantekeningen van hun argumenten in een lijstje met twee kolommen: 'wel' en 'niet'. Vervolgens bespreek je wat de tweetallen voor argumenten hebben bedacht en zorg je dat de leerlingen samen tot meer
CombiList Team Training voor leerkrachten - Akke de Blauw en Resi Damhuis 13