Bundel 19 | Negentiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2006)
Bijdrage: Toetsen als eye-openers (Marja Knippenberg)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »
boden ons de gelegenheid met de betreffende Kenniscentra het gesprek aan te gaan over de rol die taal speelt in toetsen en de problemen die veel deelnemers ermee hebben. Aan de hand van het instrument konden we heel concreet praten over de problematiek. Zo komt het bijvoorbeeld regelmatig voor dat eenzelfde toets wordt voorgelegd aan deelnemers op een verschillend opleidingsniveau. Voor een deelnemer die een niveau 4-opleiding volgt, is het taalgebruik in zo'n toets misschien totaal geen probleem, maar dat is wel het geval voor een deelnemer die een niveau 2-opleiding volgt. In het instrument wordt de relatie gelegd tussen het taalniveau in de toets en het vereiste taalniveau in de beroepssituatie. Voor de deelnemer die een lagere opleiding volgt, betekent dat vaak een lager niveau dan voor een deelnemer die een niveau 4-opleiding volgt. In zo'n geval werpt de toets dus onterecht talige drempels op voor een deelnemer die een niveau 2-opleiding volgt.
Kader 2
Zwakke punten bij formatieve beoordeling in de beroepssituatie
1. Praktijkopleiders zijn niet deskundig op het gebied van taalverwerving. Praktijkopleiders kunnen niet altijd door taalfouten heenkijken, omdat ze niet weten waar de problemen voor deelnemers liggen. Fouten in taalgebruik kunnen geïnterpreteerd worden als dommigheid, het hanteren van een verkeerd register als onbeleefdheid. Bij een summatieve beoordeling moet een deelnemer aan de taaleisen van de beroepssituatie voldoen, maar in een formatieve beoordeling kan taalontwikkeling een aandachtspunt zijn.
Aanbevelingen
-
In opleidingen waar deelnemers kampen met taalproblemen, zijn praktijkopleiders op de hoogte van het feit dat deze deelnemers mogelijk nog in een bepaalde fase van taalverwerving zitten. Daarbij gaat het niet alleen om nieuwkomers maar ook om deelnemers die een vooropleiding in Nederland hebben gevolgd.
-
Wanneer een deelnemer taalproblemen heeft, wordt op dat onderdeel diagnostische toetsing verricht en wordt een opbouw in taalontwikkeling opgenomen in de beoordelingssystematiek. Deze diagnostische toetsing en daaropvolgende feedback worden verricht door een taaldeskundige. Dit vraagt samenwerking tussen de praktijkbegeleider en bijvoorbeeld een roc waar de taaldeskundigheid in huis is. Voorwaardelijk daarbij is dat taalontwikkeling tot een voldoende beheersingsniveau (gerelateerd aan de beroepscompetenties) benoemd is als opleidingsdoel.
6 Andere beoordelingsvormen
De veronderstelling dat andere beoordelingsvormen, bijvoorbeeld toetsing in de praktijk, de problematiek van minder taalvaardige deelnemers bij toetsen wel zal oplossen, is een wat al te simpele. In het project hebben we op basis van ervaringen van docenten en onderzoek onder deelnemers en bpv-begeleiders s geïnventariseerd welke voor-
40 I Toetsen als eye-openers - Marja van Knippenberg