taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Negentiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 19 | Negentiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2006)


Bijdrage: Beroepsgerichte taalvaardigheid in het politieonderwijs: een integratieve benadering (Sanne Limpens)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

twee typen studenten in: zij die van het voortgezet onderwijs komen en (bijna) achttien zijn en zij die een andere beroepsopleiding hebben afgerond en/of werkzaam zijn in een andere sector en voor wie een loopbaan bij de politie een carrièrewending is. De politiestudent is doorgaans een zeer gemotiveerde, volwassen werknemer die een bewuste beroepskeuze heeft gemaakt.

In 2002 is het Nederlandse politieonderwijs geheel vernieuwd; het is omgevormd van een traditionele, vakgerichte 'bedrijfsopleiding' naar een samenhangend stelsel van beroepsonderwijs. Voor het politieonderwijs zijn, samen met de korpsen en het reguliere onderwijs, vijf beroepsprofielen ontwikkeld. Op het niveau van het beroepsonderwijs worden er assistent politiemedewerkers (niveau 2), politiemedewerkers (niveau 3) en allround politiemedewerkers (niveau 4) opgeleid. Op het niveau van hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs kent de Politieacademie een bachelor- en een marteropleiding politiekunde. De lengte van de opleidingen varieert van anderhalf tot vier jaar. De minimale vooropleidingseisen zijn gelijk aan de voor-opleidingseisen in het reguliere onderwijs.

Het politieonderwijs is volwaardig beroepsonderwijs en dit betekent dat een politiediploma overal erkend en herkend wordt.

Het politieonderwijs is duaal. Dit betekent dat de student elke drie maanden afwisselend leert aan de Politieacademie en in de werkomgeving van het politiekorps. Een periode van drie maanden wordt 'kwartier genoemd. De onderwerpen die in het instituutskwartiel aan de orde zijn geweest, worden in de praktijk gebracht in het daaropvolgende korpskwartiel. De student houdt zijn studievoortgang bij in een portfolio. In een leerwerkplan legt hij zijn studieplanning voor het komende kwartiel vast.

Het politieonderwijs is contextgebonden. Adequaat beroepsgedrag leren in een opleiding - en niet pas erna, in de praktijk - is alleen mogelijk wanneer het onderwijs wordt aangeboden in de context van de beroepspraktijk. In deze bijdrage zal ik aan de hand van een casus laten zien hoe onmisbaar deze beroepscontext is bij het (leren) schrijven van (politie)teksten.

1.1 Competentiegericht onderwijs

Het politieonderwijs is competentiegericht. Dat betekent onder meer dat eerder verworven bekwaamheden het niveau bepalen waarop een student in het onderwijs kan instromen. Die bekwaamheden kunnen verworven zijn in een vorige functie of een vooropleiding. Een assessment, een competentietest, bepaalt welke bekwaamheden de student nog moet verwerven voor het behalen van een diploma. Het EVC-bureau voert de procedures uit.

Voor elk van de vijf beroepsprofielen is vastgesteld welke taken de politiemedewerker in de praktijk moet uitvoeren. Deze taken zijn vastgelegd in zogenaamde kernopgaven: 'centrale opgaven en problemen waarmee de beroepsbeoefenaar in aanraking

44 I Beroepsgerichte taalvaardigheid in het politieonderwijs - Sanne Limpens

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties