Bundel 19 | Negentiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2006)
Bijdrage: Beroepsgerichte taalvaardigheid in het politieonderwijs: een integratieve benadering (Sanne Limpens)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »
Tot ik de teksten las. Maar liefst achttien van de twintig preventieadviezen bleken onvoldoende functioneel te zijn! De meeste teksten waren grammaticaal correct, goed gespeld en professioneel opgemaakt. In veel preventieadviezen was de toon echter wisselend en soms ronduit ongepast. Zo meenden sommige studenten dat een waarschuwend vingertje in de richting van de wethouder van Verkeer en Ruimtelijke Ordening wel op zijn plaats was, want "anders zouden er nog eens doden vallen!" Anderen wisselden 'proces-verbaaltaal' af met spreektaal. Verder werd er druk gezocht naar de juiste vorm: is een preventieadvies nu een brief of een rapport? Nogal wat studenten kozen voor een mengvorm. Inherent daaraan was de afsluiting van de tekst in veel gevallen onduidelijk of nietszeggend.
De juridisch docent constateerde dat de inhoudelijke, technische kant van de adviezen in de meeste gevallen redelijk in orde was. Wel was hem opgevallen dat vooral de beschrijving van de verkeersonveilige situatie zeer wisselend was uitgevoerd: sommigen verwezen slechts naar straatnamen, anderen beschreven de situatie uitvoerig en voegden een plattegrond of tekening bij.
Natuurlijk legde ik mijn conclusies voor aan de studenten in het geplande evaluatieuur. Ik vroeg hun wat volgens hen de oorzaak was van dit gebrek aan voldoende resultaat. De studenten waren unaniem: "Kennelijk zijn wij onvoldoende taalvaardig!" Dit was een al te gemakkelijke conclusie, vond ik. Bovendien kende ik deze studenten al een jaar en wist ik dat de meesten van hen in staat zouden moeten zijn om een functioneel preventieadvies te schrijven dat past bij hun functie.
2.3 Evaluatie
Wat ging er mis, wat kan er beter? Om te achterhalen wat er beter kan, heb ik het gehele proces nog eens goed bekeken, waarbij ik vooral aandacht besteedde aan de randvoorwaarden, de afstemming tussen mijn contactuur en de oriëntatie op de leeropdracht met de juridisch docent, de didactiek, de sturing en het leerproces van de studenten.
Uiteindelijk ontdekte ik waar het was misgegaan. De student had zich georiënteerd op de inhoud: wat is een verkeersonveilige situatie, waaruit kan een advies bestaan, welke wet- en regelgeving zijn ermee gemoeid enzovoort. Daarna had de student zich georiënteerd op het schrijfproces: aan wie schrijf ik, wat wil ik met de tekst bereiken, hoe is een preventieadvies opgebouwd, welk register gebruik ik enzovoort. De student had zich echter nauwelijks georiënteerd op het werkproces in de praktijk. Een aantal wezenlijke en minder wezenlijke vragen was niet beantwoord:
-
Als ik in de praktijk een verkeersonveilige situatie zie en ik wil daar iets aan doen, wat kan/moet ik dan concreet doen?
-
Als ik een preventieadvies wil schrijven, moet ik dan toestemming hebben van mijn leidinggevende of kan ik daar zelfstandig een beslissing over nemen?
-
Als ik een preventieadvies ga schrijven aan een interne specialist, is deze dan al op
Beroepsgerichte taalvaardigheid in het politieonderwijs - Sanne Limpens 49