taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Negentiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 19 | Negentiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2006)


Bijdrage: Beroepsgerichte taalvaardigheid in het politieonderwijs: een integratieve benadering (Sanne Limpens)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

de hoogte van de situatie, zodat ik daar in mijn advies naar kan verwijzen of moet ik ervan uitgaan dat hij of zij van niets weet?

  • Als ik een preventieadvies voor een externe specialist ga schrijven, hoe zijn dan de verhoudingen tussen mij en deze persoon? Kennen wij elkaar uit een netwerk of zijn wij vreemden voor elkaar?

  • Hoe zijn de eventuele gezagsverhoudingen tussen mij en degene aan wie ik het advies schrijf?

  • Stuur ik mijn interne preventieadvies per interme e-mail, per interne post of per externe post?

Zo zijn er meer vragen te bedenken over het praktische werkproces, over rollen, over verantwoordelijkheden en over netwerken binnen en buiten de politie. Het is aannemelijk dat gebrek aan kennis over deze factoren bij de schrijver leidt tot onzekerheid over het register en de toon van de tekst, over de opbouw en over de afsluiting.

2.4 Bijstelling

Met deze conclusie ben ik naar mijn collega juridisch docent gestapt; hij kon zich goed voorstellen dat de student meer inzicht nodig had in de werkprocessen om een goed advies te kunnen schrijven. Daarna heb ik onze conclusies voorgelegd aan de studenten. Zij begrepen goed wat zij misten. Sterker nog, zij hadden dat al lang begrepen: zij vertelden dat zij bij dit soort opdrachten vaak het gevoel hebben dat deze niet leiden tot werkelijk leren, tot competent worden. Ze gaven te kennen dat ze dit soort opdrachten maken 'omdat het moet'; in hun ogen sluit de werkvorm niet altijd aan bij wat ze uiteindelijk moeten leren. In deze casus betekende dit dat zij wel veel hadden geleerd over verkeersonveilige situaties en over mogelijke oplossingen binnen de bestuurlijke en juridische kaders, maar dat zij niet hadden geleerd hoe zij een goed advies moesten schrijven, terwijl dat toch de opdracht was. Op mijn vraag waarom zij bij een dergelijke opdracht hun twijfel niet in een eerder stadium uiten, antwoordden de studenten dat zij dan denken: "Dat leren we wel in de praktijk". Hoewel dat waarschijnlijk een terechte inschatting is, betekent dit dat ons onderwijs niet optimaal functioneert.

We spraken af dat de studenten hun praktijkcoach of een verkeersspecialist van hun korps zouden benaderen om te informeren naar de gang van zaken bij het schrijven van een preventieadvies. Vervolgens zouden zij de casusinformatie zelf uitbreiden: niet alleen de verkeerssituatie werd beschreven, ook de lezer, diens rol en verantwoordelijkheden en diens relatie tot de schrijver. Vervolgens schreven de studenten hun advies opnieuw. Dit keer leidde de opdracht in achttien van de twintig gevallen tot een functioneel preventieadvies! De overige twee studenten vertoonden hiaten in hun taalvaardigheid; zij hebben aanvullende opdrachten gekregen.

Deze casus laat zien dat de context van de beroepspraktijk onontbeerlijk is voor wie tijdens de opleiding competent wil worden. Adequaat beroepsgedrag kun je niet leren

50 I Beroepsgerichte taalvaardigheid in het politieonderwijs - Sanne Limpens

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties