Bundel 19 | Negentiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2006)
Bijdrage: Beroepsgerichte taalvaardigheid in het politieonderwijs: een integratieve benadering (Sanne Limpens)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »
zonder dat je jezelf plaatst in de context die dit gedrag mede bepaalt.
Er is nog een aantal knelpunten in onze huidige onderwijsuitvoering te noemen die het leerrendement onder druk zetten:
-
De verschillende disciplines (taal, juridisch, fysiek mentale vorming, sociale vaardigheden enzovoort) stemmen hun bijdrage aan de leeropdracht vaak onvoldoende met elkaar af;
-
De verschillende onderdelen van de leeropdracht worden niet altijd in de juiste samenhang gepland;
-
Voor een goede (bijstelling van de) planning en afstemming van inhoud en didactiek ontbreekt doorgaans de tijd.
Deze knelpunten hebben geleid tot de ontwikkeling van een instrument voor een betere integratie van de verschillende disciplines en een betere planning en organisatie van het onderwijs: de basisleerset.
3 De basisleerset
De basisleerset is een document voor onderwijsvoorbereiding van een leeropdracht. Een leeropdracht wordt zoals gezegd doorlopen via een aantal leeractiviteiten. Docenten uit verschillende disciplines bepalen samen welke leeractiviteiten de student gaat uitvoeren om de gewenste resultaten uit de leeropdracht te behalen. De voorbereiding van deze leeractiviteiten wordt in samenhang uitgewerkt in een basisleerset: wat gaat de student doen, hoe gaat de student dit doen en welke rol speelt de docent hierbij?
In de basisleerset wordt niet alleen informatie gezet over de leeractiviteiten van de student; ook de randvoorwaarden zoals de benodigde studiebelastinguren en het aantal contacturen met docenten, de benodigde competenties van de docenten (taaldocent, juridisch docent, docent sociale vaardigheden enzovoort), de eventuele inzet van gastdocenten en acteurs, de benodigde middelen en lokalen en de voorwaarden voor de planning worden in de basisleerset vastgelegd. Op deze wijze kan elk onderdeel van de organisatie werken op basis van dezelfde werkdocumenten: de planner plant, de onderwijsassistent levert de middelen, de docent ondersteunt de student en de teamleider stuurt de docent aan op basis van één en dezelfde basisleerset.
Per leeractiviteit wordt vastgesteld welke mate van docentsturing en welke mate van studentsturing in deze leeropdracht gewenst is, afhankelijk van het niveau van de opleiding en de plaats van de leeropdracht in het curriculum. De gewenste sturing moet tot uiting komen in de uitwerking van de docent- en studentactiviteiten in de basisleerset.
Verder wordt bepaald welke gewenste resultaten er bereikt dienen te worden en op welke wijze de docent zal bepalen of de gewenste resultaten daadwerkelijk bereikt zijn. Er moet concreet worden omschreven wat de student moet laten zien om te kunnen vaststellen of hij de gewenste resultaten heeft bereikt.
Beroepsgerichte taalvaardigheid in het politieonderwijs - Sanne Limpens 151