Doorzoek alle bundels


Bundel 20 | Twintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2006)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »
Lees samenvattingen van de bijdragen in bundel »

Bijdrage: Schrijftaken in de lerarenopleiding (Bart van der Leeuw)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

5. LOPON

Richtinggevende concepten

De centrale vraag van het onderzoek luidt: "welke leerfunctie vervullen schrijftaken in de lerarenopleiding?" Voor het specificeren van die leerfuncties heb ik gebruik gemaakt van categorisering van Boekaerts & Simons (1995). Zij spreken van:

  • Voorbereidingsfuncties, of leerfuncties die het leren voorbereiden, zoals oriënteren op het leren, doelen concreet maken, kiezen van leeractiviteiten, plannen van het leren, enzovoort.

  • Verwerkingsfuncties, die betrekking hebben op de wijze waarop wordt geleerd en dus tijdens het leren moeten worden vervuld, zoals begrijpen, integreren en toepassen (BIT-functies).

  • Regulatiefuncties, die te maken hebben met de regulatie van het gedrag tijdens het leren, zoals het bewaken van de BIT-functies, bevorderen van zelfvertrouwen, toetsen, heroriënteren en beoordelen.

Voor het specificeren van de uitgevoerde schrijftaken heb ik gebruik gemaakt van een typering van Hillocks (1995). Naast een onderscheid in verschillende communicatieve functies geeft Hillocks een eenvoudige, maar zeer bruikbare typering van tekststructuren. Hij spreekt onder andere van:

  • Het verhaal. De structuur van een verhaal (vertelling, narratief) wordt bepaald door handelende personages, de chronologische ordening van gebeurtenissen en informatie over de relatie tussen die gebeurtenissen en personages.

  • Het betoog. De structuur van een betogende tekst heeft weinig of niets van doen met handelende personages of opeenvolgende gebeurtenissen. In een betoog is doorgaans sprake van een stellingname en gegevens, en van allerlei uitspraken die het verband aangeven tussen die stelling en de gegevens.

  • De stapel. De structuur van een stapel is gebaseerd op associaties. Meestal zijn alle elementen van een zelfde abstractieniveau. Soms wordt een abstracte uitspraak gevolgd door concretere bijzonderheden. Maar deze concretiseringen zijn nooit bedoeld als ondersteuning, zoals in een betoogstructuur. Voorbeelden van stapelteksten zijn: reisgidsen, encyclopedieën en schoolboekteksten.

De kritische beschouwing

De eerste casestudy betreft een schrijftaak waarin studenten een leertekst schrijven over cognitieve ontwikkeling. In het kader van een onderwijskundig thema hebben de studenten het werk van Piaget en Vygotsky bestudeerd. Zij schrijven een kritische beschouwing waarin de verschillen tussen Piaget en Vygostky aan de orde komen, evenals een stellingname van de studenten ten aanzien van deze visiestrijd. De uitwerking van deze taak is zeer uiteenlopend. Maar elke onderzochte studenttekst laat zien dat de schrijver op de één of andere manier belangrijke thema's uit de theorie over cognitieve ontwikkeling aan de orde stelt en deze in verband brengt met de eigen visie op onderwijs.

137