taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Twintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 20 | Twintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2006)
Download deze volledige bundel in PDF-formaat »
Lees samenvattingen van de bijdragen in bundel »


Bijdrage: De meerwaarde van muzisch leren (Hans Schmidt)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

TWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

Een klas is een groep bekers:

  •  ze hebben allemaal een verschillende grootte (capaciteiten)

  •  ze zijn allemaal anders van aard (cognitief, muzisch, sociaal gericht ...)

  •  heel wat bekers zijn enkel te vullen via muzische kanalen

  •  veel bekers zijn door de muzische kanalen geholpen

  • in de beginfase (jongste kinderen) kan het vullen van de bekers alleen via zintuiglijke weg en is het muzische dus echt aangewezen.

De leerwinst: kinderen blijven gemotiveerd als er echt leerwinst is. Kinderen en jongeren voelen heel sterk aan of wat ze deden bezigheidstherapie was, of echt leren. Als we als onderwijzers de kinderen echt kunnen aantonen en laten aanvoelen dat ze door het leerproces te doorlopen tot meer in staat zijn, zullen ze de volgende keer opnieuw gemotiveerd zijn. Daarom ook is het belangrijk dat we de kinderen steeds het doel van onze leeractiviteit kenbaar maken. Daarom ook is reflectie over het leerproces bijzonder belangrijk. Hoe klein de kinderen ook zijn, ze kunnen ontdekken dat de activiteit verrijkend was. Uit wat volgt kan men opmaken dat voor heel wat kinderen het gebruik maken van muzische werkvormen meer leerwinst garandeert. (We geraken zo met deze kinderen in een opwaartse spiraal: meer muzische = meer leerwinst = meer motivatie = meer welbevinden = meer leerwinst ...)

Samengevat:

Gebruik maken van de aangename muzische kanalen (talen), zal veel kinderen een groot welbevinden geven, omdat het hun manier is om de werkelijkheid te benaderen. Dat welbevinden zal in vele gevallen garant staan voor een intenser en diepgaander leren. Tevens zal het gegeven dat het kind op die manier meer leert op zijn beurt zorgen voor een nog groter welbevinden.

2. De graad van betrokkenheid

Hier hebben we gesproken over het onderzoek van prof. Soetens en zijn overtuiging dat wij veel meer impliciet leren dan we zelf willen geloven. (denken we aan: onze moe-dertaal, onze gedragingen, onze bewegingen, ... ) Impliciet leren is bij Soetens het onbewuste leren dat plaats grijpt tijdens leerprocessen waarbij de leerder intens betrokken is (letterlijke betekenis van impliciet). Die betrokkenheid ontstaat door de leerder te laten doen, te laten reageren, te laten onderhandelen, te laten uitleggen...) Hij noemt het ook het leren zonder intentie, het nevenleren, het leren als bijproduct bij het uitvoeren van een of andere taak. (Soetens wil geen scheiding tussen expliciet en impliciet leren. Hij trekt dat niet kunstmatig uit elkaar. Hij zegt alleen dat wij ontzettend veel impliciet leren (denk aan je moedertaal) en dat dus des te meer verwonderlijk is dat het in de scholen zo weinig gebruikt wordt. (De school stoelt immers veel meer op expliciet leren dan op impliciet lerend)

14

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties