taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Twintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 20 | Twintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2006)
Download deze volledige bundel in PDF-formaat »
Lees samenvattingen van de bijdragen in bundel »


Bijdrage: Het inburgeringsexamen buitenland (Maaike Jongerius & Petra Poelmans)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

6. Taalbeleid

bijvoorbeeld 'Daar heb ik nog nooit van gehoord'. De stimuli worden op een alledaagse spontane manier gesproken, zoals men deze ook in normale gesprekken, nieuwsberichten en/of aankondigingen zou kunnen aantreffen. De zinnen worden aan de kandidaat in oplopende moeilijkheidsgraad aangeboden, die vooral bepaald wordt door de lengte van de zinnen.

  1. Korte-antwoordvragen

De kandidaat krijgt mondeling een korte vraag aangeboden en moet hierop een kort antwoord geven. Een voorbeeld is 'Een auto, heeft die twee wielen of vier wielen?'. Uitgangspunt is dat de vragen inhoudelijk moeten kunnen worden beantwoord door een 12-jarige zonder specifieke kennis van Nederland. Culturele verschillen tussen landen mogen de toetsresultaten niet beïnvloeden. Met het oog op zeer laaggeschoolde kandidaten in de doelgroep zijn vragen die een beroep doen op rekenvaardigheid vermeden.

  1. Tegenstellingen

De kandidaat moet van een gegeven woord het tegengestelde zeggen. De kandidaat hoort bijvoorbeeld 'hoog' en moet dan antwoorden 'laag'. De kandidaat moet het aangeboden woord herkennen en begrijpen en het tegengestelde woord vinden en uitspreken.

Telkens wanneer een kandidaat inbelt om het examen te maken zal ad random een toets van 45 examen-items getrokken worden uit een itembank. Uiteraard wordt er, per opgavesoort, rekening gehouden met de moeilijkheid van de afzonderlijke items.

Het onderdeel Kennis van de Nederlandse Samenleving

Het hart van dit onderdeel bestaat uit de film Naar Nederland. Deze film heeft als doel een beeld te geven van hoe de Nederlandse samenleving in elkaar steekt en werkt. Een presentatrice loodst de kijker door de film en geeft informatie over thema's die in de film voorkomen (Nederland, geografie, vervoer en wonen, geschiedenis, staatsinrichting, politiek en wetgeving, de Nederlandse taal en het belang ervan, opvoeding en onderwijs, gezondheidszorg, werk en inkomen). Ten slotte is er ook nog een aflevering over hoe het examen op de ambassade in zijn werk gaat. De keuze van de thema's en de invulling ervan zijn in de eerste plaats bepaald op basis het advies van de Cie. Franssen; verder kwamen ze tot stand aan de hand van gesprekken met de opdrachtgever en historici en aan de hand van bijeenkomsten met migranten inburgeraars. De film is ontwikkeld in het Nederlands maar is nagesynchroniseerd verkrijgbaar in de volgende talen: Frans, Engels, Spaans, Portugees, Turks, Koerdisch, Standaard Arabisch, Marokkaans Arabisch, Tamazight/Berbers, Chinees, Russisch, Indonesisch en Thai. De keuze voor deze talen is gemaakt op basis van migratiecijfers van de afgelopen jaren. Geschat wordt dat door middel van deze talen meer dan 95% van de doelgroep wordt bereikt.

169

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties