taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Twintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 20 | Twintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2006)
Download deze volledige bundel in PDF-formaat »
Lees samenvattingen van de bijdragen in bundel »


Bijdrage: Taalkunde in de tweede fase vwo: nu echt! (Maaike Rietmeijer & Hans Hulshof)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

7. Taalbeschouwing

  1. Onderzoeksopdrachten over Poldernederlands en specifieke kenmerken van een taalvarïëteit.

3. Taalverwerving.

  1. Hoe leer je je (moeder)taal? Drie theorieën die zich bezighouden met het probleem van de eerste taalverwerving (Skinner, Chomsky en Tomasello), de perioden van taalverwerving met bijbehorende kenmerken en tweetaligheid.

  2. Voorbeeld van een vraag: Leg in eigen woorden uit wat de twee voornaamste bezwaren van Tomasello tegen de theorie van Chomsky zijn.

  3. Onderzoeksopdrachten over de kritische periode en kindertaal.

4. Taalverandering.

  1. De verschillende manieren waarop een taal kan veranderen, de oorzaken van taalverandering, het onderzoek naar taalverandering. Klankverandering, de Gooise R, zinsverandering, betekenisverandering, culturele identiteit.

  2. Voorbeeld van een vraag: Wat is een syntactische verandering en waarom is een verandering van de negatie een syntactische verandering?

  3. Onderzoeksopdrachten over u en jij en sterke werkwoorden die steeds meer zwak vervoegd worden.

5. Pragmatiek.

  1. De regels volgens dewelke communicatie verloopt en hoe taalgebruikers elkaars bedoelingen kunnen begrijpen. De sociale rol van taal, taal is samenwerken, beleefd taalgebruik, conversatieprincipes, beurtwisseling.

  2. Voorbeeld van een vraag: Hoe zou je, in het licht van de regels van het beurtwisselingssysteem, in de rede vallen kunnen opvatten?

  3. Onderzoeksopdrachten over beleefdheid en mannentaal/vrouwentaal.

6. Semantiek.

  1. Welke betekenis verschillende soorten taalelementen kunnen hebben en hoe betekenissen zich tot elkaar verhouden. De invloed van taal en cultuur op elkaar en de manier waarop sprekers de betekenis van taal opslaan en verwerken. Prototypetheorie, de semantiek van zelfstandige naamwoorden, referentiekader, deixis, zinsontkenning, semantiek van zinnen en zinsdelen, linguïstische relativiteitstheorie, semantische primitieven, (mentaal) lexicon.

  2. Voorbeeld van een vraag: Om ruimtelijke verhoudingen te beschrijven combineert het Nederlands het relatieve systeem met het intrinsieke systeem. Geef van beide systemen een eigen voorbeeld.

  3. Onderzoeksopdrachten over prototypes en ruimtelijk oriënteren (experiment van Levinson).

7. Grammatica.

  1. Belangrijke principes van woordvorming en zinsbouw. Morfologie, syntaxis, volgorderegels, recursiviteit, boomstructuur, beknopte bijzin, bepaling van gesteldheid, hun als onderwerp.

  2. Voorbeeld van een vraag: Welke woordsoort is verplicht in een NP en welke woordsoort is optioneel in een NP?

1 79

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties