taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Twintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 20 | Twintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2006)
Download deze volledige bundel in PDF-formaat »
Lees samenvattingen van de bijdragen in bundel »


Bijdrage: Procesgerichte (zelf)evaluatie van muzische (taal)opvoeding in de basisschool (Kris De Ruysscher)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

TWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

Hoe verzamelen we de informatie voor onze evaluatie?

Het kind toont zijn muzisch kunnen niet alleen binnen de specifieke onderwijstijd voor muzische opvoeding. Ook in zijn spontaan spel en handelen van elke dag zal het getuigen van zijn `muziciteit': de manier waarop het kind spreekt, zich beweegt, al dan niet humoristisch reageert, zijn spontane zang, de wijze waarop het de werkelijkheid benadert, de mate waarin spontaan tekent en danst, enz. In die zin spreken mensen wel eens over 'een geboren acteur' of over iemand die 'het' in zijn bloed heeft of, wanneer alle talent ontbreekt, over 'een stijve hark' of een 'droogstoppel'.

Dit soort 'natte vingerwerk' volstaat vanzelfsprekend niet. Binnen de muzische opvoeding in de klas gaan we wel iets systematischer tewerk bij het verzamelen van informatie over de expressie van de kinderen. Via een doelgerichte omgang met de muzische expressie kunnen we via observatie, communicatie en concrete 'toetsing' op een genuanceerdere wijze, informatie verzamelen.

Soms kunnen we die informatie verzamelen via toetsen, opvragingen en observaties bij concrete opdrachten (bvb. een muzikale proef, een voordracht, een poppenspel, ...). Binnen muzische opvoeding is er echter maar een beperkt aantal technische aspecten (het 'kennen' en het 'kunnen') dat zich op die manier laat evalueren.

Bijvoorbeeld:

Kan het een voorgespeeld ritme foutloos naspelen? ( .0 2.2)

Kan het kind de toon juist overnemen? ( 1)Kan een kind een beweging uitvoeren volgens een bepaald schema? ( 4.1)

Kan een kind bij het beeldend bezig zijn symmetrie toepassen? (< 12.7) Herkent het kind de verschillende spelvormen en het bijhorende materiaal? ( 1.4)

Kan een kind rijmwoorden aanwijzen? ( 3, Tb. 8.8.6)

Daarom heeft het weinig zin hierop te focussen. Laat staan dat we omwille van hun concrete meetbaarheid uitsluitend deze doelen zouden evalueren.

Veel belangrijker is om na te gaan in welke mate kinderen erin slagen de algemene streefdoelen van de muzische opvoeding te bereiken: de kracht en de kwaliteit van de expressie, de muzische grondhouding van de kinderen, de creatieve omgang met de verschillende muzische talen, hun persoonlijke groei en vindingrijkheid, ...

Bijvoorbeeld:

Gevoelig zijn voor het overdrachtelijke of symbolische karakter van een muzische expressievorm: gevoelig zijn voor de beeldspraak in de kunstzinnige expressie. (Alg. doel 4)

20

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties