Doorzoek alle bundels


Bundel 20 | Twintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2006)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »
Lees samenvattingen van de bijdragen in bundel »

Bijdrage: Lezen: leuk en leerzaam? (Jentine Land)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

8. Taalvaardigheid

Ronde 2

Jentine Land

Universiteit Utrecht

Contact: Jentine.land@let.uu.nl

Lezen: leuk en leerzaam?

Over het tekstbegrip, van studieboekteksten op het vmbo

Vergelijk de volgende twee tekstfragmenten:

  1. (...) Nu is er meer samenwerking.

Bijna alle landen zijn lid van de VN.

Amerika en Rusland zijn geen vijanden meer. Iedereen zet zich in voor de vrede op de wereld.

  1. (...) Er moest een Duits Rijk komen en Hitler wilde daarvan de leider zijn. Maar eerst moest hij andere landen veroveren. Daarom had Hitler een groot leger opgebouwd.

Het valt op dat de beide fragmenten onder meer verschillen in structuur en samenhang. Zo worden de zinnen in het eerste fragment gepresenteerd als hoofdzinnen; los van elkaar, ieder op een nieuwe regel. In het tweede fragment is er meer sprake van samenhang: de zinnen lopen door en nog belangrijker: de relaties tussen de zinnen worden geëxpliciteerd door connectieven zoals 'en' (opsomming) 'maar' (tegenstelling) en 'daarom' (reden).

Beide fragmenten zijn gebaseerd op teksten uit verschillende geschiedenisboeken voor de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo. We kunnen ervan uitgaan dat de .keuze die uitgevers maken in de formulering en presentatie van leerteksten iets zegt over de intuïties die zij hebben wat betreft de effectiviteit van de tekst (wat leerlingen ervan leren en onthouden). Gezien de twee fragmenten lopen deze intuïties uiteen: de uitgever van fragment 1 heeft waarschijnlijk de intuïtie dat leerlingen het meeste voordeel hebben bij teksten met korte zinnen zonder connectieven. De uitgever van fragment 2 gaat er misschien juist van uit dat een doorlopende tekst waarin de verbanden geëxpliciteerd zijn, het meest effectief zal zijn.

Voor deze twee intuïties bestaat een theoretische onderbouwing. Een tekst waarin de zinnen korte hoofdzinnen zijn, zou door "zwakkere" lezers (zoals vmbo-leerlingen) het beste begrepen en onthouden worden omdat het werkgeheugen minimaal belast wordt (Millis et al., 1993). De lezer moet immers slechts kleine teksteenheden tegelijkertijd

211