Bundel 20 | Twintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2006)
Download deze volledige bundel in PDF-formaat »
Lees samenvattingen van de bijdragen in bundel »
Bijdrage: Kikker gaat de wereld over – Kikkert giet de wrâld over. Over het gebruik van ICT bij een tweetalige taalontwikkeling van kleuters (Anita Oosterloo & Agnes Benus)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »
TWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS
taalvaardigheid van leerlingen te vergroten.
Er zijn twee clusters van steeds terugkerende activiteiten uitgewerkt waarbij gebruik gemaakt wordt van ICT:
-
Activiteiten naar aanleiding van een logeerknuffel, Kikker (van Max Velthuys), die met kinderen mee naar huis gaat, samen met een digitale camera. Kinderen of ouders maken foto's van belevenissen. Deze foto's vormen het uitgangspunt voor diverse talige activiteiten, zowel op school als thuis.
-
Activiteiten rondom letters. Kinderen maken binnen een bepaalde context foto's van bijvoorbeeld voorwerpen of personen, waarin zij een bepaalde letter horen of zien. Vanuit deze foto's worden talige activiteiten opgezet.
Ad I
Eén van de leerlingen krijgt Kikker mee naar huis. Thuis worden er foto's gemaakt van de belevenissen met Kikker. De leerling brengt Kikker en de foto's terug naar school en de leraar van groep 1 /2/3 of de klassenassistent praat met de leerling over de foto's. Ze probeert hierbij verschillende taalfuncties uit te lokken. Samen kiezen ze welke foto's op de site van de school mogen (www.opefeanhoop.nl) en samen bepalen ze ook de volgorde van de foto's. Zo ontdekken kinderen aan de hand van hun eigen verhaal onder andere dat een verhaal een bepaalde volgorde heeft. Een volgende activiteit is dat de leraar of klassenassistent samen met de leerling bespreekt welke woorden of zinnen goed bij de foto's passen. Zo maken ze samen een verhaal bij de foto's. De leerling dicteert of probeert zelf te schrijven. Deze tekst wordt bij de foto's op de site geplaatst. Ook richt de leerling bij wie Kikker gelogeerd had, zelf een thematafel in. Kinderen mogen zelf weten wat ze meenemen voor de tafel, als het maar past bij de foto's en het verhaal dat ze verteld hebben. Bij een aantal voorwerpen maken leraar en leerling samen woordkaartjes. Deze tafel maakt de klasgenoten nieuwsgierig. Regelmatig staan er kinderen bij die de voorwerpen bekijken. Het lokt gesprekken tussen kinderen uit. Degene die de tafel heeft ingericht vertelt, geeft antwoord op vragen. Ook zijn er regelmatig kinderen die samen achter de computer de kikkerverhalen bekijken. Ook dit lokt interactie uit.
Een terugkerende activiteit is het naschrijven, nastempelen of natypen van woorden/zinnen bij de foto's. En aan het eind vertelt de leerling zijn verhaal bij de foto's met behulp van het active whiteboard. Kinderen bedienen dit bord zelf.
Ad 2
Een context geeft aanleiding om een bepaalde letter te kiezen en centraal te stellen. De contexten hebben altijd betrekking op de eigen omgeving, bijvoorbeeld plekjes rondom school (de letters s), het tuincentrum (de letter t). Vervolgens gaan de leerlingen op onderzoek uit om woorden (of teksten) te zoeken waarin de letter te horen en/of te zien is. Ze maken er zelf foto's van en deze foto's komen, met het woord erbij en de letter gemarkeerd, in een letterboekje op de site van de school. Met de foto's vinden vervolgens allerlei talige taalactiviteiten plaats, onder andere:
26