taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Twintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 20 | Twintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2006)
Download deze volledige bundel in PDF-formaat »
Lees samenvattingen van de bijdragen in bundel »


Bijdrage: De Gereedschapskist Taal (René Berends)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

TWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

Toch zijn in de projectverslagen van studenten juweeltjes van kleine wetenschappelijke onderzoekjes te lezen, die door leerlingen bedacht, opgezet en uitgevoerd zijn. Tijdens de uitvoering van het onderzoek komen leerlingen echter regelmatig voor de vraag te staan hoe ze iets precies moeten doen. Ze willen een brief schrijven aan de wethouder over de verkeerssituatie rond te school, ze willen een brandweerman bellen om hem uit te nodigen in de klas wat over zijn vak te vertellen, ze willen een interview opzetten, een vragenlijst maken, een verslag schrijven, enzovoorts.

Het functioneel toepassen van zo'n taalvaardigheden, in een levensechte situatie, levert vaak een probleem op. Meestal zijn deze vaardigheden ooit wel eens in de taalmethode aan bod gekomen, maar nooit in een zo'n betekenisvolle, functionele situatie. Die brief moet echt goed geschreven worden en het adres foutloos op de enveloppe komen, anders zal die brief nooit op het juiste adres aankomen en de mededeling of het verzoek uit de brief nooit begrepen worden. Dat is voor de leerlingen echt wat anders dan het schrijven van een briefje in hun schriftje als verwerking bij een taalles.

In tal van vormen van projectonderwijs, thematisch onderwijs of bij het werken met een verhalend ontwerp komen dit soort situaties voor. De leerlingen moeten als het ware even een lesje Nederlands krijgen, waarin ze een specifieke strategie of aanpak aangeleerd moeten krijgen. Op het moment dat ze het nodig hebben (just in time) moet er aandacht besteed worden aan hoe leerlingen een artikel moeten schrijven, de directeur van de school moeten interviewen, een muurkrant moeten maken of een email moeten versturen. Bij zo'n betekenisvolle, functionele context moet de leerkracht alert zijn en de leerlingen op het juiste moment de betreffende aanpak aanleren. Dat is in hoge mate effectief, want kinderen hebben het direct nodig.

Het probleem daarbij is dat leerkrachten die strategieën, en dat aanpakgedrag meestal niet paraat heeft. In ons cursorische taalonderwijs zijn al die onderdelen als het ware verstopt geraakt in de methode en uitgesmeerd over verschillende lessen. Probeer maar eens in een moderne taalmethode te vinden hoe je leerlingen moet leren hoe ze een goede brief of een samenvatting moeten schrijven. Je moet daarvoor flink zoeken en vaak onderdelen van verschillende lessen aan elkaar plakken. Soms vind je een deel van wat je zoekt in een leerling-boek, soms staat er in de handleiding een stukje in de instructie, soms vind je aanwijzingen voor een stappenplan in de aanwijzingen voor een nabespreking van een les. Ook in recente boeken rond taaldidactiek zal men vergeefs zoeken.

Het vullen van de 'Gereedschapskist Taal'

Willen we leerlingen bij het werken aan- betekenisvolle onderwerpen, in functionele, authentieke contexten, toch helpen door ze aanpakgedrag aan te leren op het moment dat ze dat nodig hebben, dan zullen leerkrachten hun eigen 'Gereedschapskist Taal' moeten gaan ontwikkelen. Daarvoor kan uit alle methoden en literatuur die ter

30

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties