taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Twintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 20 | Twintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2006)
Download deze volledige bundel in PDF-formaat »
Lees samenvattingen van de bijdragen in bundel »


Bijdrage: Leesbevordering, geen tijdverlies (Hedwige Buys)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

TWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

  1. Zonder vooroordelen naar kunst kijken en luisteren. Openstaan voor en genieten van andere kunstuitingen dan diegene waarmee men vertrouwd is.

  2. De leerlingen kunnen de informatie ordenen (verwerkingsniveau = structureren) die voorkomt in: voor hen bestemde verhalen, kinderromans, dialogen, gedichten, kindertijdschriften en jeugdencyclopedie. (Nederlands, Lezen 3.5) In een stripverhaal de belangrijkste zinnen en afbeeldingen terugvinden. De fasen van een verhaal opnoemen. De rode draad in een kinderroman vatten. De inhoud van een gedicht associëren met een bepaalde kleur, met een eigen belevenis,...In verschillende bronnen informatie over een bepaald onderwerp selecteren en ordenen.

  3. De leerlingen ontwikkelen bij het realiseren van de eindtermen voor spreken, luisteren, lezen en schrijven de volgende attitudes: plezier in luisteren, spreken, lezen en schrijven; bereidheid tot nadenken over het eigen luistergedrag, spreekgedrag, leesgedrag en schrijfgedrag. (Nederlands, schrijven 4.8) Spontaan een voorkeur kenbaar maken voor bepaalde soorten lectuur: verhalen, stripverhalen, sprookjes, poëzie, informatieve teksten. Experimenteren met gedichten...

  4. De leerlingen zijn bereid om vanuit een concrete context te reflecteren over de volgende aspecten van taal:

  5. Klankniveau

  6. Woordniveau

  7. Zinsniveau

  8. Tekstniveau

(Nederlands, Taalbeschouwing 6.3) Synoniemen, homoniemen in wisselende context verklaren. Verschillen in woordvorming bij dialect en Standaard-Nederlands herkennen. Verband aangeven tussen zinsstructuur en bedoeling. In teksten ontberekende informatie aanduiden. Verwijswoorden, verbindingswoorden, relatiewoor-

36

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties