taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Twintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 20 | Twintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2006)
Download deze volledige bundel in PDF-formaat »
Lees samenvattingen van de bijdragen in bundel »


Bijdrage: Drama bij Nederlands (René van de Kraats)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

3. (inter)actief Ieren

matische werkvormen. Daarnaast waren zij vaak ook degenen die de jaarlijkse toneeluitvoeringen op de scholen regisseerden. Voor vele docenten Nederlands was het één van de aantrekkelijkste kanten van het beroep.

Zelf heb ik me vanaf de jaren zestig volop beziggehouden met schooltoneel en dramatische werkvormen in de les. Al in het eerste jaar dat ik les gaf, was het een uitdaging voor mij om de prachtige roman Vergeten straat van de 'tedere anarchist' Louis Paul Boon door leerlingen te laten opvoeren. Daarna volgden nog vele producties, van een musicalbewerking van De kleine Johannes en een cabaretesk programma over de liefde tot een onvergetelijke toneeluitvoering van Bezette stad van Paul van Ostayen.

De komst van het vak drama in het reguliere programma van het voortgezet onderwijs heeft de animo bij sommige docenten Nederlands voor dramatische werkvormen in de klas wat doen afnemen. De gedachte is dat er al genoeg aan gedaan wordt door de collega's drama. Bovendien was het curriculum van basisvorming en de Tweede Fase voor het vak Nederlands zo volgepropt met kerndoelen en eindtermen voor de basisvaardigheden van schrijven, lezen, spreken en luisteren dat er ook geen ruimte meer voor zoiets als dramatische werkvormen zou zijn. De nieuwe methoden slokten alle tijd op. Je zou deze ontwikkeling het beste kunnen vergelijken met die van het onderdeel 'creatief schrijven' waaraan in de jaren zestig ook veel aandacht werd besteed, maar waar in de afgelopen decennia steeds minder plaats voor was. Het schoolvak werd daarmee wel heel erg vernauwd tot alleen die taalfuncties die van direct maatschappelijk belang waren. Creativiteit dreigde daarmee in het verdomhoekje terecht te komen.

Met de herijking van de kerndoelen en de eindtermen zoals die de afgelopen twee jaar heeft plaatsgevonden, is er gelukkig meer ruimte gekomen in het programma van ons schoolvak.

In de nieuwe kerndoelen voor de onderbouw, wordt bij het vak Nederlands nadrukkelijk gesteld dat er een inhoudelijke samenhang is met het onderwijs in het domein kunst en cultuur, waaronder uiteraard ook het vak drama valt. In de onlangs verschenen didactische handreiking voor het literatuuronderwijs, Literatuur en fictie (Biblion Uitgeverij, Den Haag 2004), beschrijven Ilse Bolscher en Hanne Houkes de mogelijkheden die een docent Nederlands met toneel heeft. Zij besteden veel aandacht aan het bijwonen van een toneelvoorstelling en daarover napraten, maar ze maken ook duidelijk dat toneel bij uitstek geschikt is om vakoverstijgend aan te pakken. "In combinatie met beeldende vorming of handvaardigheid, podiumkunsten, muziek of drama kun je met een klas een toneelstuk maken, waarbij het vak Nederlands zich vooral bezighoudt met de tekst en de dialogen, het vak drama met de regie en het vak handvaardigheid of beeldende vorming met de decors en kostuums en het vak muziek met het geluid". Dat ze leerlingen niet alleen in hun receptieve rol van toeschouwer met toneel en op video opgenomen fragmenten van allerlei soorten toneel willen confronteren, maar hen ook met hun eigen dramatische talenten willen laten werken, blijkt uit hun slotparagrafen over dit onderdeel van het vak. Daar suggereren ze dat leerlin-

49

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties