3. (inter)actief Ieren
tableau vivant, charade en woordmozaïek en complexere, zoals vrij toneel, open rollenspel, collage en cabaret. In dat zelfde jaar 1973 hadden Sjef Klinkenberg en Jacques de Vroomen de eerste cursus dramatische expressie voor de brugklas samengesteld: Spelen met fantasie (Malmberg, Den Bosch), een ratjetoe van spelopdrachten, zoals Jacques de Vroomen het zelf later noemde.
In 1980 bouwde Hans Huishof in 'Spreken', een hoofdstuk uit Moedertaaldidactiek. Een handleiding voor het voortgezet onderwijs (Coutinho, Muiderberg) op hun indelingen voort en stelde hij de didactische waarde van deze werkvormen voor ons vak vast. Dramatische werkvormen functioneren volgens hem vooral "als taalontlokkingstechniek en als belevingsmiddel". Ze zijn volgens hem zeer geschikt voor spreekoefeningen. Daarom worden ze ook behandeld in het hoofdstuk 'Spreken'. Ook Jan Griffioen deed dat in zijn moedertaaldidactiek Zeggenschap. Er wordt bij dramatische werkvormen immers veel gesproken, zowel bij de voorbereiding als de uitvoering en de nabespreking ervan. Ze sluiten bovendien aan bij de vanzelfsprekende behoefte van leerlingen om te spelen, zich in spelvorm te uiten. Ze doen dat graag en leren daardoor op een natuurlijke manier. Dramatische werkvormen kunnen leerlingen ook over een drempel heen helpen, vooral als er sprake is van enige spreekangst. Al spelend durven leerlingen dikwijls meer. Ze spreken makkelijker als ze een rol mogen spelen. Ze experimenteren sneller met de mogelijkheden van hun stem en hun gebaren, als ze een ander dan zichzelf mogen zijn. Experimenteren is een belangrijke voorwaarde om te leren. Wie gewend is zacht en betrekkelijk eentonig een voordracht te houden, komt er niet zo makkelijk toe om zijn stem anders te gaan gebruiken. In de zelfgekozen rol van piraat of clown in een zelfverzonnen spel lukt dat veel beter.
Dramatische werkvormen kunnen goed gecombineerd worden met andere onderdelen van het vak. Door zelf te spelen, ervaren leerlingen aan den lijve wat toneel is. Ze komen op een actieve manier in contact met een belangrijk genre uit de literatuur: toneelteksten. Voor het begrip daarvan kunnen dramatische werkvormen een belangrijke rol spelen. Drama is ook goed voor het ontwikkelen van de fantasie van leerlingen. Er wordt een beroep gedaan op hun inlevingsvermogen in problemen en mensen. Ze ontwikkelen een intuïtief psychologisch inzicht in het menselijk handelen.
Jacques de Vroomen schreef samen met Piet Janssen in 1982 in Moedertaalonderwijs in ontwikkeling (Coutinho, Muiderberg) een samenvattend overzicht van wat er tot dan toe te zeggen viel over drama bij Nederlands, onder de titel Drama in het moedertaalonderwijs, een poging tot plaatsbepaling. Daarin beschrijven zij drie hoofddoelstellingen van drama: als doel op zichzelf, als middel voor agogische doelen en als middel voor kennisverwerving. Zij vinden dat je geen recht doet aan de verschillende mogelijkheden van drama, als je het alleen maar onderbrengt bij spreekonderwijs. Observeren bij toneel, schrijven en spelen van eigen teksten en (inlevend) lezen van toneelteksten, noemen ze als andere legitieme onderdelen van het moedertaalonder-
51