taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Twintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 20 | Twintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2006)
Download deze volledige bundel in PDF-formaat »
Lees samenvattingen van de bijdragen in bundel »


Bijdrage: Actief en samenwerkend leren in de eerste graad voor het vak Nederlands (Hilde Doms)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

TWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

In de eerste graad van het secundair onderwijs werken leraren in een andere schoolcontext. De vaste klas van het basisonderwijs is nu een veelheid aan lokalen; de contactmomenten beperken zich tot 50 minuten en leraren hebben in het secundair heel wat meer leerlingen te onderwijzen waardoor de gerichtheid van een leraar naar iedere leerling individueel toch wel meer tijd vraag.

De jongeren die de eerste graad opvangt, zitten in volle overgang van kind naar adolescent, in de puberteit. En ze zijn zo verscheiden... Hun talenten en interesses lopen niet altijd gelijk, de sociaal-maatschappelijke achtergrond is cultuurgebonden of etnisch bepaald, hun ervaring met pedagogisch-didactische methoden is uiteenlopend, de motieven voor schoollopen en leren zijn sterk verschillend, de voorkennis en/of achterstand is soms mateloos divers, hun zelfbeeld en daarmee gelinkte zelfvertrouwen is vaak nog in volle wording omdat ze in volle ontdekking van eigen talenten zitten, etc.

"Leer-kracht" door boeiende werkvormen

Het mag duidelijk zijn: de eerste graad heeft een bijzonder uitdagend heterogeen publiek dat leerrijke kansen biedt. Wil de leraar de "leer-kracht" van ieder individu aanspreken, zijn welbevinden en motivatie behartigen en aandacht hebben voor het totale ontwikkelingsproces van de leerling, waarin groeiende zelfstandigheid een belangrijke plaats krijgt, dan kan actief en samenwerkend leren een geschikt hulpmiddel zijn.

Heel wat leraren uit de eerste graad zijn zich bewust van een rijke leeromgeving voor hun pappenheimers, waar naast het frontale lesgeven, aandacht is voor actieve betrokkenheid en coöperatie bij het leren. Differentiatie, toepassing van CLIM2, vakken-combinerende projecten, doelgericht gebruik van kleinere – en vaak minder bekende – werkvormen komen bij hen in de klas aan bod. Hoe dat kan voor het vak Nederlands in de eerste graad, wordt verder in deze tekst met een aantal lesideeën verduidelijkt.

Door leerlingen een actieve plaats in het leerproces toe te kennen via gepaste werkvormen en evaluatie, krijgen ze de kans om zelf informatie te verwerken. Dat vergt van hen verantwoordelijkheid tijdens de leerfase en voor het leerresultaat. Indien de leraar hen die zelfontwikkeling geeft, leidt dit tot een hoog rendement bij de lerenden en tot diepgaande beheersing van de kennis en vaardigheden. Leerlingen gebruiken en integreren immers voorkennis in de nieuwe leerstof en inzichten, en zo'n kennisconstructieve aanpak is op zich een na te streven doelstelling.

2 CUM staat voor Cooperatief leren in multiculturele groepen. Het is een methodiek voor gestructureerd groepswerk waarbij de nadruk ligt op werken aan interculturele vaardigheden. Door de heterogene samenstelling van een klas te benutten, kan men de leerkansen van de leerlingen verhogen.

54

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties