taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Twintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 20 | Twintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2006)
Download deze volledige bundel in PDF-formaat »
Lees samenvattingen van de bijdragen in bundel »


Bijdrage: De leraar als modellezer of 'hardop denkend lezen' (Ides Callebaut)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

TWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

Misschien is nog meer nodig dan goed voorlezen en oefenen, hardop denkend voorlezen bijvoorbeeld

Met dat idee kwam Paul Filipiak in 'Jeugd in school en wereld' van februari 2006. Het lijkt me een schitterend idee en – op voorwaarde dat het goed uitgevoerd wordt – ook heel normaalfunctioneel. Bovendien denk ik dat elke goede opvoeder en leraar zoiets nu en dan doet.

Het komt erop aan dat je niet alleen de tekst voorleest, maar tussendoor ook hardop zegt wat je daarbij zelf denkt. Op die manier ontdekken de leerlingen dat er meer te lezen is dan wat zij meestal zien. Het lijkt me na een goede voorleessessie een logische volgende stap. Als je goed voorleest, kun je wel hopen dat de leerlingen uit je manier van voorlezen iets leren, maar er gebeurt veel meer in je hoofd dan de leerlingen kunnen raden: je gebruikt je eigen voorkennis, je probeert te voorspellen wat er zou kunnen volgen, je probeert je voor te stellen wat geschreven wordt en je stelt jezelf vragen.

Het is natuurlijk niet zo eenvoudig omdat te doen. We zijn er ons niet meer van bewust wat in ons hoofd omgaat als we lezen. We gebruiken leesstrategieën zonder het nog te beseffen. Eigenlijk stelt Filipiak bij het lezen voor wat eigenlijk altijd goed is: transparant maken wat er in de les gebeurt door zelf te tonen hoe wij de problemen aanpakken. Zoiets kan net zo goed gelden voor wiskunde als voor het oplossen van een schrijfprobleem.

Een poging

Ik heb het hardop denkend lezen al enkele keren uitgeprobeerd. Mijn studenten gaven me daarbij opmerkingen en ik kon er zelf al enkele bedenkingen bij maken.

Je moet niet alles hardop zeggen wat je denkt terwijl je leest

Ik heb zelf nogal de neiging veel bedenkingen te maken bij wat ik lees. Sommige studenten vonden dat ik dat bij mijn eerste poging inderdaad te veel deed. Anderen dachten dat het voor kinderen niet te veel zou zijn. Het is dus een voortdurend aftasten wat de moeite is en wat je beter niet zegt. Je doorbreekt immers het ritme van de tekst en daar heeft een goede schrijver toch ook aandacht aan besteed. Het is dus nodig om daar vooraf goed over na te denken.

Het is niet voor alle soorten teksten even geschikt

Annemie Sels, een oud-collega en kenner van sprookjes, heeft me aangeraden om geen commentaar en verwerking toe te voegen tijdens het voorlezen van oude volkssprookjes. Zij vindt dat die hun weg wel zelf kunnen vinden in het hoofd en het hart van diegenen die ze horen. Immers, de oude sprookjes zijn door het eeuwenlang doorvertellen zo goed gebleken en zo verlost van alle onnodige franjes dat er beter niets aan toegevoegd of veranderd wordt.

Toch vind ik het zinvol om bij het voorlezen van verhalen beginnende lezers – en misschien later ook nog andere minder goede lezers – attent te maken op spanningen, ver-

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties