Doorzoek alle bundels


Bundel 20 | Twintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2006)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »
Lees samenvattingen van de bijdragen in bundel »

Bijdrage: Intertekstualiteit bij het vak Nederlands: een nieuwe uitdaging (Ad van de Logt)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

4. Literatuur

halen te laten lezen, kunnen leerlingen zelf een aantal motieven ontdekken die ze in de meer literaire werken ook zullen aantreffen.

  1. Webkwesties

De docent kan het intertekstueel lezen ook bevorderen door de leerstof aan te bieden in een webkwestie. Hij kan de bronnen die leerlingen op het internet moeten bestuderen danig kiezen dat de relatie met andere romans en verhalen erin opgenomen is. Voor romans waarin de Bijbel een grote rol speelt, is de site www.bijbelencultuur.nl, waarin de intertekstuele verbanden in tientallen romans, gedichten en toneelstukken vanaf de middeleeuwen tot de moderne tijd worden gepresenteerd, een uitstekende hulpbron. Wil een leerling de intertekstualiteit bij De doodshoofdvlinder van Jan Wolkers onderzoeken, dan wordt hij verwezen naar de geschikte tekstfragmenten in de roman en de oorspronkelijke bijbeltekst. Maar daarnaast is het voor dezelfde leerling een koud kunstje om via de button 'literatuur' een aantal vergelijkbare werken te vinden, waarin dezelfde passage voorkomt. Zijn zoektocht geeft hem het volgende resultaat: De avonden, Het bureau en De uitvreter.

  1. Werkvormen

Het ontdekken van intertekstualiteit in een roman kan door de docent worden gestuurd door een actieve didactische werkvorm te gebruiken. Nemen we Twee vrouwen van Harry Mulisch als voorbeeld. Aan deze roman liggen zowel de mythe van Orpheus als die van Oedipus ten grondslag. Een docent kan zijn klas opsplitsen in groepen van vier tot zes leerlingen. Leerlingen kunnen beide mythen onderzoeken met behulp van twee dossiermappen, waarin verschillende verhaalfragmenten, lemma's uit een encyclopedie, de mythe van Orpheus resp. Oedipous, afbeeldingen uit de beeldende kunst of dvd's met filmfragmenten geselecteerd zijn. Uitwisseling tussen beide subgroepen, uitmondend in een simultane presentatie in de groep van zes leerlingen, maakt de intertekstualiteit bespreekbaar.

  1. Hyperlinks

Bij het lezen van poëzie kan de docent de leerlingen helpen met intertekstueel lezen door bepaalde woorden in een gedicht weer te geven als hyperlink. Hiermee geeft hij aan dat dit betreffende woord verwijst naar andere literaire bronnen. De docent hoeft de hyperlink nog niet ingevuld weer te geven. Leerlingen zouden zelf op zoek kunnen gaan naar de 'verborgen' intertekstualiteit. De hyperlink wordt dus als zoekterm aan de leerling gepresenteerd. Edward Vanhoutte was één van de eersten die deze moge-

85