taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Twintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 20 | Twintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2006)
Download deze volledige bundel in PDF-formaat »
Lees samenvattingen van de bijdragen in bundel »


Bijdrage: Belemmeringen om vmbo-leerlingen tot lezen aan te zetten (Mia Stokmans)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

4. Literatuur

De resultaten voor de tweede deelvraag – Bepalen de leesattitude, voorafgaand aan het betreden van de leesinterventie en de leesvaardigheid, het verkrijgen van positieve ervaringen tijdens de interventie? – luiden als volgt:

  • De hedonistische leesattitude heeft een positief effect op het ervaren plezier en het
    ervaren gemak (maar niet op de ervaren leerzaamheid) van de leesinterventie.

  • De utilitaire leesattitude heeft een positief effect op de ervaren leerzaamheid en het ervaren gemak van de leesinterventie (maar niet op het ervaren plezier). De leesvaardigheid heeft een positief effect op het ervaren gemak van de leesinterventie (maar niet op het ervaren plezier of de ervaren leerzaamheid).

De resultaten betreffende de overkoepelende vraag – Op welke wijze (en hoe sterk) wordt de leesattitude achteraf bepaald door de leesattitude vooraf, de leesvaardigheid en de evaluatie van de leesinterventie? – kunnen als volgt worden samengevat:

Leesattitude vooraf bepaalt op twee manieren de leesattitude achteraf. Ten eerste via de evaluatie van de leesinterventie (zoals beschreven bij deelvraag één en twee). En ten tweede doordat de leesattitude vooraf sterk bepalend is voor de leesattitude achteraf.

  • Leesvaardigheid bepaalt ook de leesattitude achteraf, maar niet via de evaluatie van de leesinterventie (dat blijkt uit het gecombineerde effect zoals beschreven bij deelvraag één en twee). Het effect is direct; een slechte leesvaardigheid belemmert (in vergelijking tot een goede leesvaardigheid) de stijging in de (hedonistische en utilitaire) leesattitude achteraf.

Deze resultaten geven aan dat een lage leesattitude en een achterblijvende leesvaardigheid belemmeringen vormen om door middel van een leesinterventie de leesattitude en daarmee de leesomvang te verbeteren. Hieruit kan geconcludeerd worden dat lees-zwakke leerlingen over het algemeen een kleinere verandering in de leesattitude verkrijgen na het doorlopen van een leesinterventie (in vergelijking tot leessterke leerlingen). Dit heeft tot gevolg dat het verschil in leeshouding (en daarmee leesomvang) tussen de leeszwakke en leessterke leerlingen met het doorlopen van het onderwijs alleen maar toeneemt!

Mijns inziens kan deze ontwikkeling alleen maar een halt toegeroepen worden door de leesinterventies, gericht op leeszwakke leerlingen, enerzijds te intensiveren en anderzijds door extra aandacht te besteden aan zowel de ontwikkeling van de interventie (deze moet zo goed mogelijk aansluiten bij de leesvaardigheid en de interesses van de doelgroep) als de daadwerkelijke uitvoering van de interventie door de docenten. Zoals McKenna al zei, is een goede docent de sleutel tot het verbeteren van de leesattitude.

89

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties