Doorzoek alle bundels


Bundel 20 | Twintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2006)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »
Lees samenvattingen van de bijdragen in bundel »

Bijdrage: Kleuters en dyslexie (Luk Van Den Steen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

1. Basisonderwijs

kunnen structureren, zwakkere ruimtelijke oriëntatie, moeilijkheden bij letterspelletjes,...) correct te interpreteren. Immers, soms verdoezelen de sterke kanten van een kind de minder goede. En bovendien ziet niet elk klein afzonderlijk probleem er even problematisch uit. Daarom is het totaalbeeld van belang om in te zien of een bepaald kind al dan niet een risicokleuter is.

Vaak merken kleuterleidsters en ouders kleine signalen wel op. Maar het blijft bij een algemene observatie of soms bij een nietszeggend 'het zal wel voorbij gaan'. Om tot een duidelijker beeld te komen over signalen van latere leerproblemen zal in de meeste gevallen een gerichte observatie nodig zijn en moeten de gegevens van de kleuterleid(st)er én van de ouders worden samengebracht. Immers, door de kleine enkelvoudige signalen te clusteren kan men een beter beeld krijgen over het ontwikkelingsprobleem bij jonge kinderen. Recent onderzoek heeft al een aantal signalen voor het vroegtijdig opsporen van leerproblemen kunnen vastleggen. Enkel zo kan men snel en passend reageren op de problemen. En dat kan heel wat leed voorkomen.

Een vermoeden van dyslexie bij jonge kinderen

Men spreekt pas van dyslexie als een kind ten opzichte van leeftijdsgenootjes enkele maanden tot twee jaar achter is met lezen en schrijven. Bij kleuters spreekt men dus niet over dyslexie.

Toch kunnen er op kleuterleeftijd al aanwijzigen zijn dat een kind straks problemen kan krijgen met lezen en schrijven. Een afzonderlijk signaal is niet voldoende, maar de veelheid van signalen en de eventuele hardnekkigheid ervan vormen een 'globaal vermoeden' van latere problemen bij lezen en spellen.

Hieronder vind je enkele belangrijke signalen bij jonge kinderen en kleuters:

  • later gaan praten

  • woordvindingsproblemen (vandaar veel gebaren en stopwoorden)

  • woordverhaspelingen

  • moeite met het benoemen van kleuren en objecten

  • heel onduidelijke oriëntatie bij links en rechts

  • gebrekkige zinsbouw

  • moeite bij het nazeggen van zinnen of versjes en bij het vinden van rijmwoorden

  • moeite met auditieve synthesespelletjes (m / aa / n + maan)

  • gebrekkige letterherkenning (bijv. letters van de eigen naam)

  • moeite met het onthouden van een volgorde en het natikken van een ritme

  • algemene achterstand in de taalontwikkeling

Een ander signaal is ook het voorkomen van dyslectische personen in de familie van het jonge kind. Erfelijkheids- en stamboomonderzoek hebben aangetoond dat dyslexie

9