taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Twintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 20 | Twintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2006)
Download deze volledige bundel in PDF-formaat »
Lees samenvattingen van de bijdragen in bundel »


Bijdrage: Is er een relatie tussen literaire leesvaardigheid en creatieve schrijfvaardigheid? (Tanja Janssen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

4. Literatuur

Als er zo'n sterke relatie is tussen literatuur lezen en creatief schrijven, dan is het wellicht zinvol deze vaardigheden op school in combinatie of geïntegreerd met elkaar te onderwijzen. Het literatuuronderwijs en het schrijfonderwijs zouden dan meer op elkaar afgestemd kunnen worden dan nu meestal gebeurt. Immers, bij de huidige verkaveling van vakonderdelen, vormen literatuur- en schrijfonderwijs dikwijls sterk gescheiden werelden, met aparte lesuren en aparte methoden.

Maar hangen literatuur lezen en creatief schrijven werkelijk met elkaar samen? In opdracht van Stichting Lezen deed Marleen Kieft een literatuurstudie naar de relatie tussen literaire productie en receptie (Broekkamp & Kieft, 2005). Daaruit komt naar voren dat er heel weinig onderzoek is gedaan op dit terrein. Het weinige onderzoek is vooral gericht op jonge kinderen. Zo bleek dat het lezen van verhalen en sprookjes een positieve invloed kan hebben op de narratieve teksten die kinderen zelf schrijven, met name ten aanzien van de complexiteit van verhaalstructuren die zij gebruiken en de ideeën die zij spontaan aan eerder gelezen teksten ontlenen. De kwaliteit van de (voor)gelezen teksten bleek daarbij van belang: kinderen die verhalen van hogere kwaliteit lazen of hoorden (complexer, afwisselender taalgebruik), schreven zelf ook betere verhalen. Met name voor kinderen met schrijfangst zou het horen en lezen van verhalen en sprookjes een positieve invloed kunnen hebben op hun creatieve schrijfvaardigheid (o.a. Dressel, 1990; Hoewisch, 2001; Lancia, 1997; zie ook Cragg & Nation, 2006 en Weih, 2005).

In het basisonderwijs zou het lezen van jeugdliteratuur dus een goed middel zijn om de creatieve schrijfvaardigheid van kinderen te ontwikkelen. In het voortgezet of secundair onderwijs wordt meestal het omgekeerde bepleit: creatief schrijven wordt gezien als middel om het leesplezier en het inzicht in literaire teksten bij leerlingen te vergroten (o.a. Bolscher et al., 2004; Leidse Werkgroep Moedertaaldidactiek, 1986). Door jongeren te laten spelen met literaire teksten, door hen verhalen en gedichten creatief te laten omvormen of veranderen, zouden zij meer inzicht kunnen krijgen in hoe een literaire tekst werkt, en meer gevoel kunnen krijgen voor het effect van verschillende stilistische en structurele middelen. Ook wordt wel aangenomen dat het zelf schrijven van literaire teksten tot méér lezen leidt.

Voor leerlingen van 12 jaar en ouder vond Kieft echter geen enkel onderzoek waarin de relatie tussen literaire receptie en productie wordt aangetoond. Deze stand van zaken vormde voor Stichting Lezen een aanleiding om onderzoek te laten doen naar de creatieve schrijfvaardigheid en de literaire leesvaardigheid van leerlingen in het voortgezet cq. secundair onderwijs. Dit onderzoek is in 2005-2006 uitgevoerd door medewerkers van het Instituut van de Lerarenopleiding van de Universiteit van Amsterdam (Janssen, Broekkamp & Smallegange, 2006).

Doel van het onderzoek was om na te gaan of er een verband bestaat tussen creatief schrijven en literatuur lezen. Zijn goede literatuurlezers beter in creatief schrijven dan

99

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties