Bundel 21 | Eenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2007)
Download deze volledige bundel in PDF-formaat »
Themaprogramma:
Het vak Nederlands en het "Nieuwe Leren"; mogelijk of niet?
Amos van Gelderen Programmavoorzitter
Het Nederlandse onderwijs is al enige jaren in de ban van het "Nieuwe Leren". Wat dit precies betekent daarover verschillen de meningen nogal. En niet alleen de meningen verschillen. Ook de toepassing van principes van "nieuw leren" varieert van situatie tot situatie en van schoolsoort tot schoolsoort. In het primair onderwijs wordt bijvoorbeeld veel nadruk gelegd op vrije keuze van leerlingen ten aanzien van de inhoud van de leerstof en wanneer die leerstof aan bod komt. In het algemeen secundair onderwijs wordt daarnaast ook nadruk gelegd op leerdoelen op het terrein van de persoonlijkheidsvorming, zoals zelfstandigheid en samenwerking. In het (secundair) beroepsonderwijs en hoger onderwijs is het zogenaamde competentieleren het hoofdthema, waarbij beroepsgerichte vaardigheden op een geïntegreerde manier aan bod komen in plaats van de traditionele (meer disciplinaire) vakken.
Niet alleen het Nederlandse onderwijs is in de ban van het "Nieuwe Leren"; ook het vak Nederlands is ervan in de ban. In veel scholen die aan "Nieuw Leren" doen is het vak sterk gereduceerd of zelfs afgeschaft. Waar de vrije keuzes van leerlingen de hoogste prioriteit krijgen, zijn klassikale lessen in spelling, grammatica, begrijpend lezen of schrijven niet meer op hun plek. Waar samenwerking en zelfstandigheid de boventoon voeren, is het luisteren naar een enthousiaste leerkracht die vertelt over zijn favoriete lectuur al gauw achterhaald. Waar vakkenintegratie en competentieleren de inrichting van het onderwijs bepalen wordt Nederlands bekeken als een "steunvak", niet als een basisvak met eigen vakdocenten. Overleeft het vak Nederlands deze revolutionaire onderwijsvernieuwing wel, is de vaak gehoorde wanhopige kreet onder vakdocenten en bezorgde `trendwatchers' van het onderwijs.
De zorgen zijn velerlei. Voor het basisonderwijs wordt gevreesd dat basale vaardigheden voor het lezen en schrijven niet meer voldoende aangeleerd worden, omdat leerlingen zelf geen behoefte hebben aan "saaie taallessen". Voor het voortgezet onderwijs vreest men dat leerlingen geen gedegen ondergrond meer krijgen voor hun Nederlandse taalvaardigheid, omdat in de lessen te weinig aandacht is voor correct taalgebruik, literaire vorming en taalbeschouwelijke kennis. In het secundair en tertiair beroepsonderwijs is er bezorgdheid dat leerlingen onvoldoende gelegenheid krijgen hun Nederlandse taalvaardigheid te optimaliseren. Ze zouden eenvoudige teksten niet meer begrijpen en hun vaardigheid om gedachten op papier uit te drukken zou zeer
XVI I