taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 21 | Eenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2007)
Download deze volledige bundel in PDF-formaat »


Bijdrage: Het nieuwe leren: frustratie of inspiratie? (Ron Oostdam)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

EENENTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

gebruikt als een verzamelterm voor allerlei uiteenlopende onderwijsvernieuwingen. Het is onderwerp geworden van een publieke discussie en bijna iedereen heeft er wel een mening over. Landelijke dagbladen als Trouw, de Volkskrant en NRC-Handelsblad hebben daar sterk aan bijgedragen. Met enige regelmaat verschijnen er achtergrondartikelen, discussiebijdragen en columns waarin voor- en tegenstanders uitgebreid aan het woord komen. De discussie loopt daarbij vaak hoog op met een zekere polarisatie als gevolg: nieuw leren versus oud leren, leerling-gestuurd versus docentgestuurd, competenties versus feitenkennis, goed leren versus fout leren.

Het nieuwe leren had oorspronkelijk vooral betrekking op het voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs. In het schooljaar 1998-1999 is de bovenbouw van het voortgezet onderwijs vernieuwd tot de tweede fase (het studiehuis). Doel was om leerlingen zelfstandiger te laten werken en studeren zodat de aansluiting met het vervolgonderwijs zou verbeteren. Ondertussen heeft de term zich ook een vaste plaats veroverd in het basisonderwijs. De KPC Groep introduceerde als eerste de term als paraplu voor allerlei vernieuwingsinitiatieven in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet onderwijs. Volgens hun webstek omvat het nieuwe leren 'zo ongeveer alle concepten die te maken hebben met moderne opvattingen over onderwijs: leerlingen actief en zelfstandig laten leren, in plaats van klassieke kennisoverdracht'. De andere landelijke pedagogische centra volgden dit initiatief, maar introduceerden eigen termen. Het APS introduceerde het natuurlijke leren en het CPS ontwikkelde samen met onder meer Luc Stevens het begrip 'zin in leren'. Daarnaast was er de opkomst van het particuliere samenwerkingsverband van de Iederwijsscholen. De eerste school is in 2002 gestart in Schoonhoven en ondertussen is er een landelijke groei waar te nemen. Het motto van de Iederwijsscholen is 'levensecht leren'. Vooral het geprononceerde uitgangspunt van Iederwijs dat kinderen zelf kiezen wat, wanneer en hoe ze iets willen leren heeft tot maatschappelijke onrust gezorgd. Kinderen zouden onvoldoende leren en niet goed voorbereid worden op het vervolgonderwijs.

Alle initiatieven rond het nieuwe leren hebben gemeenschappelijk dat ze afstand nemen van de uitsluitend klassikale werkwijze op de meeste scholen. Tegelijkertijd verschillen de geformuleerde onderwijsalternatieven wel en brengen ze op hun eigen wijze accenten aan. De Iederwijsscholen kenmerken zich bijvoorbeeld door de grote vrijheid van leerlingen bij de besteding van de schooldag, terwijl andere initiatieven meer een tussenvorm proberen te realiseren tussen de klassikale docentgestuurde werkwijze en een meer leerling-gestuurde aanpak waarbinnen actief en zelfstandig gewerkt kan worden. Toch worden de uiteenlopende initiatieven in de publieke discussie vaak op één hoop geveegd, waarbij in het bijzonder de Iederwijsscholen fungeren als representanten van het nieuwe leren. De discussie lijkt als gevolg daarvan vooral te gaan over twee uitersten: volledige vrijheid van leerlingen die zelf wel bepalen wat, wanneer en hoe ze leren tegenover de klassikale werkwijze waarbij docentgestuurde instructie en kennisoverdracht centraal staan. In werkelijk is het beeld genuanceerder en is er sprake van een glijdende schaal.

10

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties