taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 21 | Eenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2007)
Download deze volledige bundel in PDF-formaat »


Bijdrage: Het nieuwe leren: frustratie of inspiratie? (Ron Oostdam)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

1 . Primair onderwijs

In deze presentatie wordt verslag gedaan van een onderzoek naar verschijningsvormen van het nieuwe leren in het basisonderwijs. Doel was om het nieuwe leren in zowel de publieke als de wetenschappelijke discussie in een duidelijk kader te plaatsen. Het onderzoek is uitgevoerd door het SCO-Kohnstamm Instituut van de Universiteit van Amsterdam in opdracht van Ministerie van OC&W. De volgende vragen stonden centraal:

Welke verschijningsvormen kent het nieuwe leren; op welke onderwijskundige en leer-psychologische uitgangspunten zijn deze vormen gebaseerd; welke leeropbrengsten vallen van de vormen te verwachten?

Hoe krijgt het nieuwe leren in de praktijk van het basisonderwijs vorm?

Hoe vinden op scholen waar zich vormen van het nieuwe leren voordoen, registratie en toetsing plaats van leeropbrengsten en andere vorderingen?

Voor het beantwoorden van de eerste vraag is een begripsanalyse en een literatuurstudie uitgevoerd. Kernfasen waren: het specificeren van de contexten waarin de term wordt gebruikt, het vergelijken van de betekenissen in hun verschillende contexten en het ontwikkelen van een akkoorddefinitie die maximaal verenigbaar is met de verschillende gebruikscontexten. Van meet af aan was duidelijk dat de begripsanalyse zich niet moest beperken tot het nieuwe leren. Ook dienden verwante termen als natuurlijk leren, authentiek leren, vraaggestuurd leren en ict-leren aan de orde te komen. In overleg met het Ministerie van OCW is een lijst van kernbegrippen opgesteld als start voor een zoektocht naar relevante literatuur. Bij de analyse hebben we drie gebruikscontexten onderscheiden: de onderwijspraktijk, de overheid en de wetenschap. De begripsanalyse is afgerond met een voorstel voor een werkdefinitie van het nieuwe leren, waarin een zestal dimensies zijn opgenomen. Het literatuuronderzoek heeft zich gericht op de beantwoording van de vraag naar de leeruitkomsten van het nieuwe leren in het basisonderwijs.

Voor het beantwoorden van de overige twee vragen zijn kwalitatieve studies uitgevoerd op acht basisscholen, inclusief een school voor speciaal basisonderwijs. De scholen zijn geselecteerd uit een groslijst van omstreeks 50 scholen, die is samengesteld met hulp van velddeskundigen. Drie van de acht scholen zijn nieuw en hebben van begin af aan gekozen voor een vernieuwend onderwijsconcept. De vijf andere scholen bestaan al langer en hebben besloten hun aanpak min of meer ingrijpend te wijzigen. Een opvallend gegeven is dat slechts een van de acht scholen expliciet de term het nieuwe leren gebruikt. De andere scholen gebruiken andere termen om hun onderwijsvernieuwing te karakteriseren, zoals het wanitaconcept, 'met kinderen leren', de leerwerkplaatsen-aanpak en meervoudige intelligentie. Hieruit kan worden afgeleid, dat de steekproef een brede invulling geeft aan het nieuwe leren. Ook qua motieven voor de onderwijsvernieuwing bieden de scholen een brede doorsnede. Genoemde motieven zijn onder andere: de leerlingenpopulatie is veranderd, de moderne samenleving vraagt om andere competenties, de natuurlijke ontwikkelingsdrang van leerlingen moet juist worden

11

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties