Doorzoek alle bundels


Bundel 21 | Eenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2007)

Download deze volledige bundel in PDF-formaat »

Bijdrage: Grammatica vanuit taalkundig perspectief in de tweede fase vwo (Hans Huishof & Ad van der Logt)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

7. Taalbeschouwing

De reflectiefase tenslotte omvat vragen als 'Wat hebben we geleerd?' maar hier kan ook een toets gemaakt worden (zie toetssuggestie in de docentenhandleiding van Taalkunde voor de tweede fase van het vwo).

Er is ook een ander OVUR-traject mogelijk, al naar gelang het niveau van leerlingen en docent. Ter oriëntatie zou met een aardige cartoon of een pagina Ruggespraak uit Onze Taal begonnen kunnen worden. In de voorbereidingsfase kan een keuze uit hoofdstuk 7 gemaakt worden, terwijl in de uitvoeringsfase bijvoorbeeld de eerste onderzoeksopdracht (morfologie) uitgewerkt kan worden. Als onderdeel van de reflectiefase kan de leerlingen gevraagd worden stellingen met betrekking tot grammatica te becommentariëren, zoals 'Grammatica moet je leren'. Het is nu zaak om bij elk van de leerfasen geschikt (en uitdagend) materiaal te verzamelen, in plaats van of naast de stof uit het boek.

Motiveren door verwondering

Het gaat hier vooral om het doorbreken van de vanzelfsprekendheid om de leerlingen intrinsiek te motiveren. Dat ontbreekt vaak omdat leerlingen niet bekend zijn met de context van en de 'wereld' achter het betreffende onderwerp. Ze vinden een grammaticaal onderwerp daarom snel saai of vanzelfsprekend. Het leerproces kan beginnen met verwondering naar aanleiding waarvan enkele vragen opkomen (is de zin Hun hebben het gedaan fout?), die gezamenlijk beantwoord worden. Vervolgens kan de stof dan toegepast of verwerkt worden.

Om te motiveren en verwondering te wekken kan (docent en/of materiaalgestuurd) begonnen worden met het bekijken van cartoons en stripjes met duidelijke pointes die taalkundig/grammaticaal interessant zijn. Vervolgens wordt een vraag gesteld over de pointe waarin een taalkundig probleem zit opgesloten.

Na het beantwoorden van deze vraag kan via gedeelde sturing aan toepassing/verwerking van de stof worden gewerkt. Zo kan de leerlingen gevraagd worden zelf cartoons/strips met een taalkundig thema te zoeken en vervolgens hun keuze verantwoorden. Vervolgens kan de docent nieuwe verwondering wekken door over te gaan naar poëzie waarin ook met taal wordt gespeeld. Dit alles is te beschouwen als een opwarmer met het oog op het hoofdstuk over grammatica, dat vervolgens via de OVUR-aanpak wordt behandeld, het kan ook als een afgerond geheel gelden in het kader van het onderdeel grammatica.

141