taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 21 | Eenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2007)
Download deze volledige bundel in PDF-formaat »


Bijdrage: De plaats van het technisch lezen op de basisschool (Anita Oosterloo & Wilma van der Schaaf)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

EENENTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS

Externe sturing en autonomie

Internationaal gezien is Nederland het land waar het onderwijsbeleid voor scholen voor primair onderwijs het sterkst gedecentraliseerd is. Vaak is er sprake van een slingerbeweging: in landen met een sterke sturing door de overheid, bijvoorbeeld in Engeland, komt meer ruimte voor scholen. In landen waar de overheid weinig voorschreef, bijvoorbeeld in Finland, zien we nu een beweging naar meer structuur en uniformiteit. In Nederland zien we inmiddels het begin van een dergelijke beweging terug. Zo heeft de overheid medio 2007 een expertgroep benoemd die een begin moet maken met het oplossen van aansluitproblemen tussen verschillende schooltypen door de niveaus voor taal en rekenen precies te definiëren. Het ligt voor de hand dat een preciezer omschreven drempelniveau gaat leiden tot preciezer omschreven programma's. Een ander voorbeeld is de genoemde brochure van de inspectie over het technisch lezen. Hoe kunnen scholen hiermee omgaan? Hoe kunnen ze een goede balans vinden tussen de ruimte die ze hebben en de externe sturing?

Inhoudelijk leiderschap

Het vinden van die balans tussen autonomie en externe sturing vraagt inhoudelijk beleid en inhoudelijke deskundigheid van het team. Wanneer een team gezamenlijk werkt aan de inhoudelijke kwaliteit van het onderwijsaanbod, kan het gezamenlijk inhoudelijke deskundigheid ontwikkelen. Met die deskundigheid kunnen keuzes goed onderbouwd (verantwoord) worden en kan een team ook adequaat reageren op verschillende interne en externe stimulansen.

Voor het ontwikkelen van die gezamenlijke deskundigheid is leiderschap nodig. Traditionele vormen van leiderschap, waarin alleen de directeur leider is, lijken hiervoor niet toereikend. Zowel nationaal als internationaal zien we een verschuiving naar vormen van leiderschap waarbij meerdere personen in een organisatie, zowel formeel als informeel, leiderschap op zich nemen. Wanneer deze vormen worden ingezet bij het werken aan inhoudelijke kwaliteit, worden deze wel aangeduid met termen als gedistribueerd inhoudelijk leiderschap of verdeeld/gedeeld inhoudelijk leiderschap. Bij zo'n gedistribueerde benadering van leiderschap heeft een schoolteam leiders die zich verantwoordelijk voelen voor de school en voor elkaars leren, ze beïnvloeden collega's, zodat zowel leiders als volgers in de situatie waarin ze zich bevinden grotere deskundigheid ontwikkelen: leading and learning cannot be separated'(Lambert, 2003 p. 64)

Voor de verschillende inhouden die op de basisschool aan de orde komen, kunnen inhoudelijk coördinatoren het voortouw nemen bij dat gezamenlijke leren. Steeds meer scholen hebben bijvoorbeeld een cultuurcoördinator, een rekencoördinator en een taalcoördinator.

18

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties