taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 21 | Eenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2007)
Download deze volledige bundel in PDF-formaat »


Bijdrage: Wat doet een boeken-leesjuf op school? (Caroline Verbruggen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

1. Primair onderwijs

mijn bijdrage aan het congres presenteer ik – met een aantal concrete voorbeelden -mijn eigen halftijdse praktijk als boeken-leesjuf in een lagere school in een stedelijke omgeving van 546 leerlingen (251 kleuters en 295 lagere school) uit 22 klassen.

- Voorlezen van verhalen of passages uit een boek, met nadien verwerking in groep.

Bij de verteltafel mogen de leerlingen het verhaal navertellen of naspelen met kleren uit de verkleedkoffer. De leerlingen kunnen er een muzikaal verhaal van maken, of taferelen uit het boek schilderen en samenbrengen tot een eigen boek. Op die manier maken ze nader kennis met de verhaallijn, het thema van het boek, de personages, de sfeer van het boek.

- Vertellen met de kamishibai (Japanse vertelkast)

- Filosoferen met de kinderen rond het thema van het boek

- Een leestas samenstellen voor de schakelklas en voor de eerste leerjaren.

Een leestas is een tas met een boek en allerlei spelletjes, dingetjes die betrekking hebben op dat boek. (b.v. een kleurkaart, een memory spelletje, een knuffel, een speelgoedje...) Om beurt mogen de kinderen de leestas meenemen naar huis. Het is de bedoeling dat ouders even tijd maken om hun kind voor te lezen. Door ouders thuis te laten voorlezen wint 'het boek' aan belang, niet alleen op school maar ook thuis.

- De leerlingen houden een leesdagboek bij en leren de eigen leesvoorkeur kennen. In het leesdagboek kunnen ze hun idee kwijt over de gelezen boeken.

- Een kinderjury voor strips organiseren.

Op de leeftijd tussen 10 en 12 jaar leest 80% van de kinderen strips. Het aanbod is immens maar enkel de populaire strips zijn gekend. Door de organisatie van een heuse "Stripkinderjury" binnen de school leren ze tien nieuwe – en "betere" - strips kennen.

- De kinderen leren een boek kiezen ( en het recht om een boek niet goed te vinden).

- Kennismaking met de plaatselijke bibliotheek

De kinderen maken in de bibliotheek kennis met het aanbod, zowel van fictie als van non-fictie. De kinderen leren in de bibliotheek zelf op zoek te gaan naar informatie rond een bepaald onderwerp.

- Efficiënt gebruikmaken van een leesfiche.

23

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties