taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Eenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 21 | Eenentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands (2007)
Download deze volledige bundel in PDF-formaat »


Bijdrage: Literatuurproject; een kleine literaire trektocht (Tom Verheyden, Luc Pierrart, Iris van Duffel & Kristin Maes)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

2. Trends in algemeen secundair onderwijs

Literaire globetrotters leren uit hun reiservaringen. Dat trektochten gepaard gaan met vallen en opstaan — ook voor de reisbegeleiders - spreekt vanzelf!

Vandaag willen we dan ook graag met u onze reiservaringen delen. Waarom een dergelijk project in een laatste jaar Latijn-Talen organiseren? Zo komen we tegemoet aan het uitgesproken literair-culturele profiel van deze leerlingen. Velen van hen stromen immers door naar een talenrichting in het hoger onderwijs. We bieden hen een boeiende uitdaging, met ruimte voor een sterk persoonlijk engagement. Elke leerling kiest zelf het thema dat hij/zij wenst uit te diepen. Bovendien sluit het literatuurproject aan bij de huidige tendens in het onderwijs om vakoverschrijdend te werken. Op hun reisweg ontdekken de leerlingen dat het internationale literaire landschap niet alleen een veelheid aan kleuren vertoont, maar ook een harmonieus geheel vormt.

Wat met de praktische organisatie? Onze trektocht start eind oktober met een literaire namiddag. Door middel van een multimediale presentatie — én met een kopje thee - maken we onze leerlingen warm voor het project. Ze krijgen in een notendop een overzicht van de literaire, filosofische en culturele tendensen van de 19de en 20ste eeuw. Vervolgens belicht elke leerkracht enkele interessante auteurs en werken uit het Engelse, Nederlandse, Franse en Duitse taalgebied. De leerlingen keren huiswaarts met de concrete opdracht en de lectuurlijst. Na een maand bedenktijd, overleg met vakleerkrachten en het nodige opzoekwerk maken zij hun definitieve keuze bekend.

In het tweede semester begint het eigenlijke werk. We zetten de leerlingen op weg: zo geven we hen leestips, helpen we hen bij de afbakening van de verschillende thema's, en bewaken we de haalbaarheid van de projecten. Naast de permanente begeleiding bieden we de leerlingen een concreet stappenplan aan bij hun onderzoek. Sowieso verwachten we van hen een rapportering van het geleverde werk tijdens een drietal werksessies. Daarvoor maken we telkens een halve schooldag vrij. Daar kunnen leerlingen ook vragen stellen, én vinden tussentijdse procesevaluaties plaats. We leren hen op zoek te gaan naar en vooral kritisch om te springen met secundaire bronnen, hun mening te onderbouwen, te structureren en correct te formuleren. Het spreekt voor zich dat de vier taalleerkrachten elkaar voortdurend briefen over vorderingen en eventuele problemen.

Het eindproduct wordt dan eind mei ter evaluatie ingediend. Elke vakleerkracht kent een cijfer toe. Via een verdeelsleutel wordt de som van deze cijfers toegekend aan het jaarresultaat van elke taal. Op het mondelinge gedeelte van het eindexamen lichten de leerlingen ook hun bevindingen toe. Belangrijk is immers dat ze kritisch kunnen rapporteren over hun rol als zelfstandige onderzoekers tijdens dit project. Anderzijds tellen de eerder vermelde procesevaluaties mee voor het cijfer dagelijks werk.

Tijdens onze presentatie willen we jullie gidsen doorheen het didactische materiaal dat we de voorbije jaren hebben ontwikkeld. Naast een syllabus en een PowerPoint-pre-

31

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties