EENENTWINTIGSTE CONFERENTIE HET SCHOOLVAK NEDERLANDS
is. Samenwerking ontstaat dan niet omdat het moet, maar omdat degenen die de samenwerking aangaan elkaar nodig lijken te hebben.
Een goed voorbeeld hiervan is de samenwerking tussen Nederlands en ANW in vwo 5. De collega die ANW geeft, had een aantal jaren geleden het idee opgevat om leerlingen in groepjes een dode wetenschapper te laten "interviewen". Leerlingen moesten informatie zoeken, vragen bedenken, antwoorden op die vragen formuleren en uiteindelijk de vragen en antwoorden verwerken in een verslag. Die verslagen waren volgens hem heel slecht geschreven en hij had het idee dat dat kwam doordat leerlingen niet uit zichzelf bedachten dat ze wat ze bij Nederlands geleerd hadden m.b.t het schrijven van teksten moesten gebruiken bij andere vakken. Dus kwam hij bij ons om te vragen of we dat leerlingen niet samen zouden kunnen leren. Dus krijgen leerlingen in vwo 5 tegenwoordig bij Nederlands lessen over informatie zoeken, over interviewen en het verwerken van een interview tot een artikel. De gevonden informatie wordt beoordeeld door de docent ANW, het interviewverslag door de docent Nederlands.
Een andere vorm van samenwerking ontstond toen de docenten Nederlands van vwo 4 aan de slag gingen met een lessenserie over de Middeleeuwen. Om middeleeuwse letterkunde te kunnen begrijpen, moet je een aantal zaken weten over dit tijdperk, vonden wij. Dus wilden we beginnen met wat algemene informatie over de Middeleeuwen. We kwamen er al snel achter dat we ons hiermee begaven op het terrein van onze collega's van andere vakken. Het idee voor de Middeleeuwendag was geboren. Op deze dag krijgen de leerlingen van vwo 4 door het uitvoeren van verschillende opdrachten een idee van het leven in de middeleeuwen. De opdrachten worden geleverd door de docenten van de vakken letterkunde (Nederlands), godsdienst, anw, geschiedenis, maatschappijleer en ckv1. Deze docenten zijn op de dag zelf wel aanwezig, maar dan wel in de rol van middeleeuws personage.
Het grootste vakoverstijgende project in de bovenbouw betreft het profielwerkstuk (PWS). Ook hierbij speelt Nederlands een belangrijke rol en ook dit is ontstaan vanuit onvrede met de bestaande situatie. Het profielwerkstuk moet namelijk gepresenteerd worden en in het verleden verzuchtte menig PWS-begeleider dat het zo jammer was dat die kinderen zich daar zo vanaf maakten. Tegelijkertijd waren de docenten Nederlands in de examenklassen zoveel tijd kwijt aan de presentaties voor een cijfer dat ze eigenlijk geen tijd hadden leerlingen iets te leren over presenteren, wat natuurlijk ook frustraties opleverde. Dat moest beter kunnen.
Tegenwoordig is de PWS-presentatie ondergebracht bij Nederlands. Vanaf het begin van het schooljaar krijgen ze lessen presenteren, waarin niet alleen theorie aangeboden wordt, maar ook heel veel geoefend wordt. In de laatste lesperiode worden in één week alle presentaties gehouden. De presentatie vormt de afsluiting van het PWS, maar levert ook het cijfer voor mondeling taalvaardigheid bij Nederlands op. Voor het PWS
34